Alle boeken

Hoerenjong
Antigone's keuze
Kwikloks
De ogen van de tiran 
Middernachtzonde 
Jan zegt nooit wat
Brand in de Tikkebossen 
Adieu Benjamin
Stilstaan 
Ariadne 
Morgen dood ik een leeuw
De bende van de mol 
De winter van de Belgica 
Braam 
Tand om tand 
De huilers 
De zilverrug 


Kameleonbieb

Dian Fossey: Mama Gorilla
Arm en rijk
De grote ontgoocheling
Morgen dood ik een leeuw
Mayan en Mallerik



De winter van de Belgica


De winter van de Belgica
DE WINTER VAN DE BELGICA
D/2013/Willy Schuyesmans, uitgever/
NUR 300 342
ISBN 978-90-582-6325-4 (paperback)
ISBN 978-94-913-6179-1 (e-boek)
© Willy Schuyesmans, 2013



ePubDit boek is enkel nog verkrijgbaar als e-boek. Heb je interesse? Stuur dan een mailtje naar willy@schuyesmans.be met vermelding van de titel en ik stuur het je toe.



16 augustus 1897. Op de Schelde in Antwerpen vertrekt de omgebouwde walvisvaarder Belgica onder leiding van commandant Adrien De Gerlache naar de zuidpool. Aan boord de twintigjarige lichtmatroos Jan Van Mirlo, een Antwerpse volksjongen. Hij wil ontdekkingsreiziger worden. Vijftien maanden lang zit de Belgica muurvast in het poolijs, terwijl de bemanning door ontberingen, ziekte en door de poolnacht bijna de moed opgeeft. Maar ze maken ook plezier, staan in bewondering voor het poollicht en leren de natuur aan de zuidpool van nabij kennen. Als Jan en zijn maats twee en een half jaar later weer in Antwerpen ontschepen, hebben ze de eerste overwintering binnen de zuidpoolcirkel op hun naam staan. Een meeslepend en waar gebeurd verhaal uit een tijd toen poolonderzoek nog in zijn kinderschoenen stond.


Recensies

De winter van de Belgica - Willy Schuyesmans

Wanneer de Antwerpse volksjongen Jan van Mirlo de kans krijgt om drie jaar legerdienst te ruilen voor een baantje op de walvisvaarder de Belgica, grijpt hij deze kans met beide handen aan. Het schip gaat op expeditiereis naar de Zuidpool, waar de bemanningsleden zodanig opgaan in het uitvoeren van hun experimenten, dat het schip vastraakt in het ijs en ze moeten overwinteren. Na een barre winter en met heel wat minder manschappen worden ze vijftien maand later triomfantelijk in Antwerpen onthaald.
Hoewel de stijl van het boek aan de droge kant is, kan je je helemaal inleven in de situatie aan boord van het schip en de personages. Je voelt de koude, de heimwee, de angst, je hoort het schip kraken en je proeft de afschuwelijke Kjoedbollers die scheurbuik moeten voorkomen. Bovendien is het een grappig boek, wat een beetje verwonderlijk is wanneer je je de gevaren van de reis realiseert.
Annemie Morbee

Humanistische Vrijzinnige Dienst - juni 1997

Zuidpoolexpeditie wordt reisverhaal voor kinderen

Verslagen van wetenschappelijk onderzoek aan het andere eind van de wereld vormen doorgaans geen lekker leesvoer voor kinderen. In De winter van de Belgica heeft de Vlaamse auteur WÔlly Schuyesmans evenwel het verslag van de eind vorige eeuw uitgevoerde expeditie van Adrien de Gerlache herschreven tot een spannend reisverhaal.
Het boek vertelt de belevenissen van de jonge Antwerpenaar Jan van Mirlo, die zich onttrekt aan de dienstplicht door zich aan te melden als lichtmatroos aan boord van de Belgica. Onder supervisie van commandant Adrien de Gerlache zet deze omgebouwde walvisvaarder op 16 augustus 1897 koers richting Zuidpool om daar de nodige onderzoeken te verrichten.
Hoewel het bij vertrek van de Belgica geenszins de bedoeling was om te overwinteren aan de Zuidpool, komt de boot ter plekke muurvast in het poolijs te zitten. Vijftien maanden lang is er geen beweging in te krijgen en wordt de bemanning geteisterd door ontberingen, ziekten en de poolnacht. Zo veel dat de mannen bijna de moed opgeven en er één zelfs al aan zijn testament begint. Tot de scheepsarts hen wakker schudt en zij met slechts een handjevol ijszagen als gereedschap er in slagen eigenhandig een vaargeul te graven en de Belgica te verlossen uit zijn benarde positie.
Willy Schuyesmans heeft zijn boek geschreven vanuit het standpunt dat nogal wat internationale werken over de geschiedenis van het Zuidpoolonderzoek geneigd zijn de bijdrage van de Belgen op dit terrein buiten beschouwing te laten. Toch kan volgens hem niemand ontkennen dat de Belgica leerschool is geweest voor twee belangrijke onderzoekers, namelijk Roald Amundsen en Frederick Cook. Beiden hebben begin deze eeuw nog meer expedities uitgevoerd in het poolgebied.
Schuyesmans gebruikt een serieuze en wetenschappelijke reis als basis voor een avonturenboek, maar geeft en passant toch de nodige informatie over hetgeen de expeditie heeft opgeleverd. De bemanning van de Belgica had immers een tot dan toe onbekende zeeŽngte vol eilanden, gebergten en kanalen ontdekt, namelijk de Straat van De Gerlache.
Evelien Baks

Rotterdams Dagblad - 28 augustus 1993

Schuyesmans, Willy - De winter van de Belgica

Jan van Mirlo, een Antwerpse volksjongen van 20 jaar, wil ontdekkingsreiziger worden en hij monstert aan op de Belgica die, onder leiding van Adrien De Gerlache, een reis naar Zuidpool maakt. Vijftien maanden zit het schip vast in het poolijs, terwijl de bemanning door de ontberingen bijna de moed opgeeft. Als de Belgica na tweeënhalf jaar weer in Antwerpen aanlegt, heeft de bemanning de eerste overwintering binnen de Zuidpoolcirkel op haar naam staan. België nam bij het ontdekken van de Zuidpool dus een belangrijke plaats in. Dit waar gebeurde verhaal wordt vlot beschreven en de lezer krijgt een goed beeld van het leven aan boord, de sociale verhoudingen en van de schoonheid van de natuur. De tekst is gelardeerd met authentieke zwart witte foto's. Een mooi boek voor iedereen die geïnteresseerd is. Vanaf ca. 13 jaar.
B. van Klingeren

NBLC - 1993

Als je het lef hebt

Je gelooft je oren niet wat auteur Willy Schuyesmans zijn hoofdpersonnage Jan Van Mierlo laat vertellen over zijn overwintering aan de Zuidpool in dit meeslepend verhaal 'De winter van de Belgica'.
Je acht het gewoon niet voor mogelijk dat een mens zoveel kan doorstaan. Want dat het geen plezierreis werd naar een zonnig paradijseiland, neem dat maar aan. Integendeel! De twee jaar en drie maandenlange reis van de Belgica dat als allereerste schip, nu bijna honderd jaar geleden, onder het commando van kapitein Adrien de Gerlache naar de Zuidpool vaarde, werd een aaneenschakeling van hachelijke avonturen en soms vreselijke gebeurtenissen in dat ijzig koude gebied met temperaturen van soms 40 graden onder nul.
De jongste van de 24 bemanningsleden, waaronder veel vreemdelingen, was de 20-jarige Antwerpse volksjongen Jan Van Mirlo. Jan was een rasechte Sinjoor, geboren en getogen in 't Schelleke aan de Rijkenhoek. Zijn vader was bakker en hijzelf uitdrager met de hondekar. Om aan zijn legerdienst te ontsnappen, liet hij zich aanmonsteren op het schip Belgica, dat net in de Antwerpse haven in het Amerikadok aangemeerd lag, in afwachting van zijn vertrek naar de Zuidpool.
Jan, een echte spuiter, een montere kerel en een eersteklas plantrekker schoot best met iedereen op. Maar als overtuigd Vlaming had hij het wel eens aan de stok met de Waal Dufour. Toen de boot in het pakijs was vastgelopen en er een hele winter lang gevangen zat scheen het wel alsof voor de ganse bemanning het laatste uur geslagen was. Hoe zij er in slaagden uiteindelijk toch vrij te komen, moet je zelf lezen. Maar het is adembenemend.
Toen de Belgica meer dan twee jaar later, op 5 november 1899 onder het gejuich van een uitzinnige menigte triomfantelijk en met vlaggen versierd aanmeerde nabij het Steen, was er naast de vreugde om de terugkeer, ook de droefheid om de twee bemanningsleden die er het leven hadden bij ingeschoten.

GVA-KIK-krant - 19 juni 1993

DE WINTER VAN DE BELGICA - Willy Schuyesmans

ln de annalen van het Zuidpoolonderzoek neemt de overwintering van de Belgica in 1898-1899 een niet onbelangrijke plaats in. Het was de eerste expeditie naar dit onbekende continent met strikt wetenschappelijke bedoelingen en de bemanning was de eerste om de barre poolwinter in het pakijs door te brengen. Toch is deze expeditie stilaan vergeten en is de naam van Adrien de Gerlache, de commandant van het schip, alleen enkele ingewijden bekend. Willy Schuyesmans heeft met dit boek de overwintening van bijna een eeuw geleden voor jongeren weer tot leven gebracht. Hij doet dit echter niet aan de hand van de twee bekendste bemanningsleden, de Noorse luitenant Roald Amundsen of de Amerikaanse scheepsarts Frederick Cook die later bekendheid verwierven met expedities naar de Zuid- en Noordpool. Hij beschrijft het hele avontuur van de bemanning vanuit het standpunt van matroos Jan van Mierlo, die als 20-jarige Antwerpse volksjongen aanmonsterde op het schip om te ontsnappen aan een lange legerdienst. Voor Jan is alles nieuw en opwindend en hij beschrijft dan ook met enthousiasme zijn ervaringen tijdens de twee jaar durende tocht: het vertrek vanuit Antwerpen, de tussenhaltes onderweg, de verkenning van het Zuidpoolgebied, het in kaart brengen van een onontdekt gebied dat ze de Straat van Gerlache noemen, de overwintering van dertien maanden in het pakijs, de moeizame pogingen om het schip weer vrij te krijgen en de terugtocht. Jan legt in zijn verhaal vooral de nadruk op de perikelen en de verstandhouding aan boord van het schip met zijn internationale bemanning. Jan is daarin de volksjongen die deel uitmaakt van de bemanning in het vooronder. Angst, paniek en depressies bedreigen hen tijdens de poolnacht, die twee maanden duurt, maar eens die voorbij is, laait hun overlevingsdrang weer op. Via anekdotes en wetenswaardigheden schetst de auteur een levendig beeld van het dagelijkse leven aan boord van de Belgica. Het verhaal is in een vlotte journalistieke stijl geschreven en brengt een lezenswaardig relaas van deze tocht. Enkele foto's en kaarten geven aanvullende informatie.
Lic. Ria de Schepper

Jeugdboekengids juni 1993
De tocht naar de Zuidpool was heroïscher dan de maanreis

Vergeten Belgische heldendaad vanonder het stof gehaald

NIJLEN - In maart 1899 kwam het Belgische expeditieschip de 'Belgica' weer vlot, na bijna een jaar vastgezeten te hebben in het ijs van Antarctica. Velen weten dit niet. Evenmin dat de 17 bemanningsleden, o.l.v. Hasselaar Adrien de Gerlache, de eersten waren om te overwinteren aan de Zuidpool. Noch dat Roald Amundsen - die 12 jaar later als eerste de eigenlijke Zuidpool bereikte - en dokter Cook - de eerste mens op de Noordpool - hun sitel leerden op dat schip. Hoewel de ontdekkers en wetenschappers als helden werden ingehaald, de Gerlache geadeld werd, een zee- en een Hasseltse straat naar hem vernoemd werden, is het verhaal van de Belgica vandaag compleet vergeten. Zeker door de jeugd. Daar wilde journalist Willy Schuyesmans wat aan doen: "Uit mijn jeugd herinner ik me het verhaal van de Belgica als één van de boeiendste geschiedenislessen die ik ooit heb gehad. Het is één van de weinige heldenverhalen waarin Belgen een rol gespeeld hebben en dat vergeten we dan. Typisch."

Voor zijn boek 'De winter van de Belgica' maakte Schuyesmans gebruik van de (heel wetenschappelijke) verslagen van expeditieleider de Gerlache, van kapitein Georges Lecointe, dokter Frederick Cook en van de enigszins aangedikte mémoires van de Antwerpse matroos Jan Van Mirlo - hij schreef ze vijftig jaar later n.a. v. de halfeeuwfeest-herdenking. Schuyesmans: "Die laatste versie moet je soms met een korrel zout nemen. Van Mirlo beschrijft de vondst van een geraamte in een hut op een eiland voor Vuurland en hoe dat de laatste overlevende zou zijn geweest van een schipbreuk. De anderen vermelden het eiland ook maar niet die geheimzinnige vondst. Voor mijn boek heb ik alleen van Van Mirlo overgenomen wat ik kon checken bij de anderen."

Sovjet-spion?
Schuyesmans: "Van Mirlo was een populaire volksfiguur die van practical jokes hield. Na de reis bestelde hij naamkaartjes met daarop Jan Van Mirlo, ontdekkingsreiziger. Bij de terugkeer was hem een mooie staatsjob beloofd: politieman. Maar dat wilde hij niet en hij werd hoofd van de loodsen, tot hij ruzie kreeg met het stadsbestuur. Na nog wat commerciŽle vaarten (hij monsterde naar eigen zeggen af en toe aan en verwittigde op volle zee zijn vrouw), teerde hij vooral op een jaarlijkse rente die elk bemanningslid ontving. Hij overleefde de anderen meer dan vijftig jaar en heeft het er goed van genomen. Hij trakteerde zich arm in cafés. Ooit hebben de gendarmes hem opgepakt omdat zij het verdacht vonden dat hij blijkbaar zoveel geld had om de grote Jan uit te hangen."
"Ik zou over hem een heel boek kunnen vullen. Tijdens WO I toen hij op de sleepboten werkte, konden terugkerende vluchtelingen niet over de bevroren Schelde. Van Mirlo haalde met grote sier zijn pooluitrusting uit het scheepvaartmuseum in het Steen, klom op een sleper, lokte heel Antwerpen met zijn scheepshoorn, brak het ijs op de Schelde en pikte de vluchtelingen op."
"Ooit werd hij (als communist) door de gendarmes aan de tand werd gevoeld over zijn lichtsignalensysteem. Maar hij was helemaal geen Sovjet-spion. Met die signalen meldde hij zijn kleinzoon, die wat verder op woonde, dat zijn vrouw weg was. Dan konden ze samen iets gaan drinken."

Leopold II
Schuyesmans: "Op het einde van zijn leven stopte Van Mirlo's vrouw hem in het gekkenhuis, omdat hij al zijn rentegeld erdoor joeg. De Gerlache had na de reis een deel van zijn fortuin op de bank gezet en verdeelde de jaarlijkse premie onder de overlevende bemanningsleden. Omdat hij met moeite zijn fondsen had kunnen bijeenschrapen, had hij geen geld om zijn bemanningsleden te betalen: ze kregen enkel kost en inwoon. Om dat te compenseren is hij die rente gaan uitdelen."
"De Gerlache wilde ook dat de matrozen hetzelfde eten kregen als de officieren (het enige verschil was dat die een servies hadden met een gouden randje). De kameraadschappelijke omgang bewijst dat hij een echt edelman was. Hij ging ook samen met de anderen het ijs zagen voor een vaargeul. Zijn noblesse zie je het best bij het conflict waarin muitende matrozen aan land werden gelaten. Hij was zo bezorgd dat hij hen geld meegaf voor hun terugreis."
"Zeevaartofficier de Gerlache kwam uit een adellijk geslacht van militairen. Zijn fascinatie voor de Zuidpool had te maken met de tijdsgeest: het was de tijd van de Afrikaanse ontdekkingsreizen. Zoals wij naar de ruimte staren, zo keek men toen naar de witte plekken op de wereldkaart. Alleen het binnenland van Afrika en de Zuidpool waren nog onbekend terrein. Omdat hij - net als Stanley - iets groots wou verrichten én tegelijk het vaderland en de wetenschap dienen, besloot hij een Zuidpoolexpeditie op te zetten. In die tijd was dat nog een écht avontuur: er was geen enkel (radio)contact met thuis. Een maanreis is minder avontuurlijk."
"Zijn grote ontgoocheling was dat Leopold II absoluut geen interesse had om hem te sponsoren, omdat men dacht dat er op de Zuidpool niets te halen viel. Men kende de minerale rijkdommen van het continent nog niet. Hij nam wel een (onvrijwillige) revanche: even na het vertrek in Antwerpen liet hij de Belgica met pech in de Oostendse haven naast het koninklijke jacht, de Clementina, meren. Toen moest Leopold II hem wel succes komen wensen."

Gesloopt
Na de overwintering van de Belgica kwam de internationale Zuidpoolinteresse pas goed op gang. Maar de Belgen, o.l.v. de Gerlaches zoon Gaston, keerden pas in 1958 terug naar de Pool om er de Boudewijnbasis op te richten. Sindsdien sluiten nog af en toe Belgen zich aan bij expedities maar is de basis verlaten. Schuyesmans: "Een interessant gevolg van de Belgicareis is dat BelgiŽ nog altijd betrokken is bij het Zuidpoolverdrag dat de commerciŽle ontginning van het continent en alle territoriale aanspraken verhindert."
Voor Schuyesmans is het thema milieu erg belangrijk in zijn jeugdboeken. "Ook hier wilde ik de natuur tot zijn recht laten komen. Maar de houding van de ontdekkingsreizigers tegenover de fauna was heel anders: zij dachten alleen aan eten. Ik heb geprobeerd om ze juist te beschrijven, op basis van boeken en films. Zelf ben ik nooit op de Zuidpool geweest. Er bestaat wel een exotisch soort toerisme naar de Zuidpool, maar die is onbetaalbaar en heel omstreden. Zuidpooltoeristen vervuilen alleen maar." Wat is er van de Belgica geworden? Schuyesmans: "Het schip heeft nog jaren gevaren, o.a. naar de Perzische Golf en naar het noorden van de Noordzee. Nadien is het gesloopt, omdat het niet meer zeewaardig was. Het was trouwens al een tweedehands schip: de Gerlache had het in Noorwegen gekocht, waar het dienst had gedaan als walvisvaarder. Nu heeft men daar ontzettend veel spijt van. De Noren hebben een heel museum gebouwd rond Amundsens schip 'Fram'. Van de Belgica is enkel het kraaienest bewaard in het scheepvaartmuseum."
Koen Driessens

Het belang van Limburg - 2 juni 1993

De winter van de BelgicaDe eerste druk van
De winter van de Belgica
verscheen in 1993
bij uitgeverij Altiora/Averbode
onder het wettelijk depotnummer
D/1993/39/06.


In 2005 werd een uitgebreide versie van De winter van de Belgica
heruitgegeven door uitgeverij Davidsfonds/Leuven
onder het wettelijk depotnummer D/2005/0240/05.

12+

Willy Schuyesmans
Willy
Schuyesmans
leest een
fragment
voor uit
De winter
van de
Belgica
Home Foto's 101 vragen ebooks Bibliografie Biografie Fanmail