CIP
Arm en rijk
Willy Schuyesmans
© die Keure, Brugge, 32p.;
2011
24 cm
Kameleon-reeks 6e leerjaar, thema 4 Boek 2 NF
ISBN 978-90-4860-352-7
NUR 191
Niet iedereen is even rijk...
Je hoeft maar even rond je te kijken op straat om dat te zien.
Wanneer je op televisie beelden ziet van ontwikkelingslanden wordt het nog duidelijker.
Hoe komt het dat niet iedereen evenveel heeft, en hoe is geld eigenlijk uitgevonden?
Je ontdekt het in dit leerrijke boekje.
Eén wereld
Ooit was er één wereld. De mensen die er leefden, trokken van plek tot plek om hun dagelijkse behoeften te bevredigen. De mannen gingen op jacht en volgden de dieren op hun trek. De vrouwen plukten planten en vruchten of groeven eetbare wortels uit de grond. Zo zorgden ze voor hun dagelijkse kost.
Als ze bij toeval te veel hadden om zelf op te eten, deelden ze dat met andere families die minder geluk hadden gehad bij de jacht. Of ze ruilden met elkaar: jij krijgt van mij een een stuk vlees als ik een handvol van die heerlijke bessen krijg van jou. Zo ontstond de ruilhandel.
In het Nabije Oosten – een streek die ze ook wel de Levant noemen, het Morgenland of ook nog de Vruchtbare halve maan – verzamelden de vrouwen al sinds mensenheugenis de grote zaadkorrels van wilde grassen. Die waren namelijk erg voedzaam en nog lekker ook. Je kon ze fijnmalen tussen twee stenen en er een deeg van maken door er wat water bij te voegen. Daarvan bakten ze platte pannenkoeken die ze lieten drogen in de zon. Het plukken van de grassen was echter zeer tijdrovend. Je moest er lange tochten voor ondernemen om genoeg van die grassen te kunnen plukken.