CIP
Mayan en Mallerik
Willy Schuyesmans
© die Keure, Brugge, 32p.;
2011
24 cm
Kameleon-reeks 6e leerjaar, thema 9 Boek 3 F
ISBN 978-90-4860-352-7
NUR 191
Een boekje over omgaan met het verlies en de pijn die je voelt wanneer iemand diej e dierbaar is, plots sterft.
Mallerik was mijn broer. Op een dag wilde hij dood en sprong in zee. Mayan, zijn jongste, was ontroostbaar. In dit verhaal gaat ze naar hem op zoek, want ze mist hem zo.
Mayan huilt niet meer. Ze raapt haar tranen op en legt ze in het zilveren doosje dat ze van Mallerik heeft gekregen. Het is boordevol. Bijna loopt het over. Ze klapt het deksel dicht en steekt het doosje in haar jaszak.
'Ik ga Mallerik zoeken', zegt ze. 'Ik ga naar de zee.'
Mayan trekt de deur achter zich dicht. De zee is wel zeven dagen ver. Ze loopt met flinke passen tegen de wind in. Zo moet ze vanzelf wel bij de zee uitkomen. Ze weet dat Mallerik daar op haar wacht.
'Ik was toch zijn keppekind', zegt ze.
Mayan plukt een madeliefje. Dat deed Mallerik ook altijd als ze samen gingen wandelen. Hij plukte madeliefjes en vlocht ze in haar haren. Dan dansten ze samen op hun blote voeten in het natte gras. Mayan glimlacht als ze eraan denkt.
'Ik ga alle bloemen plukken onderweg', zegt ze. 'Voor Mallerik.'
Mayan is moe. Ze heeft de hele dag gestapt. Ze steekt haar neus in de lucht en ruikt de zee. Een beetje maar. Maar toch. Ze legt zich neer in het mos. Ze praat nog wat met Mallerik. Vanbinnen, want daar is hij, altijd.
'Slaapwel, Mallerik,' zegt ze. 'Ik kom naar je toe.'