[Home] [Nieuws] [Petitie] [Auteurswet] [Europa] [Discussie] [Links]

Inhoud

Leenrecht:
Toestand in de lidstaten van de Europese Unie


Vereniging van Europese Uitgevers
Internationale Unie van Uitgevers

Een boek lezen blijft voor de Fransen, veruit, de goedkoopste culturele activiteit. 60% van de ondervraagden koopt systematisch nooit meer een boek op het ogenblik dat het verschijnt, zelfs al hebben ze heel veel zin om het te lezen.
26% zegt bereid te zijn om te wachten tot het in pocketuitgave verschijnt en 34% wil het uitlenen, privé of in de biblioteek.
Tenslotte zullen de uitgevers en de auteurs opgelucht zijn te vernemen dat 67% van de ondevraagden bereid zijn een uitleenrecht te betalen zodat de keuze in de bibliotheken ruim blijft.

(Onderzoek IFOP in Libération, 13 maart 1997)


De toestand in verband met het leenrecht in de Europese Unie.

Studie op vraag van het Nationaal Syndicaat van de Uitgevers

Richtlijn

Op 19 november 1992 heeft de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschap de Richtlijn 92/100/CEE aangenomen die betrekking had op het huur- en leenrecht en op een aantal rechten in verband met het auteursrecht op het domein van intellectueel eigendom.

Art. 1 Voorwerp van harmonisatie

$ 3. In het kader van deze richtlijn verstaat men onder 'lenen' van voorwerpen het ter beschikking stellen voor het gebruik, voor een beperkte periode en zonder rechtstreeks of onrechtstreeks economisch voordeel, door instellingen die toegankelijk zijn voor het publiek.

Art. 2 Titularissen van deze bescherming

$ 1. Het exclusieve recht om de uitlening toe te laten of te weigeren behoort aan de auteur, wat betreft het origineel en de kopieën van het werk.
$ 2. De rechten bedoeld in $ 1 kunnen worden overgedragen, afgestaan of in licentie (bekrachtigd door contract) worden gegeven.

Art.5 Ontheffing van het exclusieve recht op openbare ontlening

$ 1. De lidstaten kunnen ontheven worden van het exclusieve recht voorzien in artikel 1 i.v.m. de publieke ontlening, op voorwaarde dat de auteurs minstens een vergoeding krijgen in verband met de ontlening. De lidstaten hebben de mogelijkheid die vergoeding te bepalen rekening houdende met hun doelstellingen op het vlak van culturele promotie.

$ 3. De lidstaten hebben de mogelijkheid een aantal categorieën instellingen te ontslaan van de betaling van de vergoeding voorzien in $ 1 en $ 2.

Terwijl het auteursrecht gekarakteriseerd wordt door het monopolie op het oeuvre dat in hoofde van de auteur erkend wordt, verschilt het leenrecht hiervan doordat het een recht op vergoeding is waarvan de verdeling altijd benaderend zal zijn. Het gelijkt diensvolgens op het recht voor een kopie voor privé gebruik.

Verder is er geen leenrecht verschuldigd als de werken ter beschikking worden gesteld:

  • om te worden tentoongesteld
  • om ter plaatse te worden geraadpleegd
  • tussen instellingen toegankelijk voor het publiek onderling.
De richtlijn is toepasselijk vanaf 1 juli 1994

En achteraf?

Meer dan twee jaar na de uiterste datum voor het in werking treden van deze richtlijn is het zinnig om na te gaan welke evolutie we vinden in de wetgeving van de lidstaten op het gebied van het leenrecht.

Voor de toepassing van de richtlijn, bestond het leenrecht in vier lidstaten (Denemarken, Duitsland, Nederland en Verenigd Koninkrijk) onder de vorm van een recht op vergoeding. Dit leenrecht was alleen in Duitsland opgenomen in een wettekst in verband met het auteursrecht terwijl het was ingesteld buiten de overeenkomstige wetten in de drie andere lidstaten. Opmerking: De Europese Commissie (DG XV/E/5) nam zich voor de opdracht te geven tot een studie i.v.m. de toestand na het in voege treden van de richtlijn in de wetgeving van de lidstaten. De resultaten van deze studie worden verwacht eind 1997.


De toestand in de lidstaten

Duitsland

Wetgeving in verband met leenrecht

Voorafgaandelijk de aanvaarding van de richtlijn met betrekking tot het leenrecht, voorzag artikel 27 van de Duitse wet op het auteursrecht (Urheberrechtsgezetz) een recht op vergopeding voor de uitlening van werken beschermd door het auteursrecht.

Bovendien heeft de Duitse wetgever de richtlijn toegepast, altijd in artikel 27. Een nieuw recht werd ingesteld: voor de titularissen van verwante rechten, de uitgevers van wetenschappelijke boeken niet onderworpen aan het auteursrecht en de uitgevers van posthuum werk.

Bibliotheken onderworpen aan het leenrecht

De bibliotheken onderworpen aan het leenrecht zijn alle instellingen die systematisch werken van alle aard samenbrengen en die aan het publiek uitlenen:

  • openbare bibliotheken van algemeen nut
  • bibliotheken voor wetenschappelijk opzoekwerk
  • schoolbibliotheken en parochiale bibliotheken
  • bibliotheken van openbare en private ondernemingen

Men telt 40.000 openbare bibliotheken in Duitsland, 200 universiteitsbibliotheken en 3 nationale bibliotheken. Het aantal parochiale is niet bekend.
Het geheel van de bibliotheken registreerde (in 1995) 380 miljoen ontleningen.

Financiering

De financiering van het leenrecht wordt gedragen door de instellingen die uitlenen, de bibliotheken dus.
In het geval van gemeentelijke en regionale bibliotheken financieren de Länder het leenrecht en voor de nationale bibliotheken komt de financiering van de federale overheid. Ingevolge een akkoord tussen de Länder, de federale overheid en de VG Wort (collectieve beheersmaatschappij - Voorzitter Dr Frank Thomas 00 49 89 514120) wordt aan die collectieve maatschappij jaarlijks een forfaitair bedrag gestort dat als gerechtvaardigd wordt beschouwd.

Inkomsten uit leenrecht

20 miljoen DM (een bedrag dat sedert 1975 om de twee jaar opnieuw wordt bekeken) wordt verdeeld tussen:

  • Bild-Kunst: 6,3% voor grafisch werk
  • Gemma: 2,5% voor muzikle partituren
  • VG Wort: 91,2% (22,5 % voor wetenschappelijke bibliotheken en 77,5% voor openbare)

De VG Wort verdeelt die inkomsten uit leenrecht voor literair werk als volgt:

  • 10% in een fonds voor behoeftige auteurs
  • 45% in een fonds ter financiering van de sociale zekerheid van auteurs
  • 45% aan auteurs en uitgevers à rato van 70% auteurs, 30% uitgevers.

Voor literair werk wordt de vergoeding uitgekeerd op basis van steekproeven naar het aantal uitleningen per auteur.
Voor wetenschappelijke werken is er een vergoeding voor leen én reproductie.

Verdeling auteur-uitgever van het leenrecht

De auteur is titularis van het leenrecht, maar het recht is overdraagbaar en zo kunnen uitgevers een vergoeding krijgen die 30% bedraagt van de 45% bestemd voor de verdeling onder de rechthebbenden (wat voor de uitgevers nog altijd zo'n slordige 60 miljoen bedraagt!)

Vergoeding voor buitenlands werk

Het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Oostenrijk hebben werderzijdse akkoorden met de VG Wort en zelfs individueel met bepaalde auteurs van wie geregeld boeken in Duitsland worden uitgeleend.


Verenigd Koninkrijk

Wetgeving betreffende het leenrecht

Voor de Europese richtlijn had het Verenigd Koninkrijk leenrecht ingevoerd als onderdeel van de Copyright Act van 1988.
Daarnaast is het leenrecht onderwerp van een speciale wet van 1979 die het publieke leenrecht regelde.

Pas op 1 september 1996 implementeerde het VK de Europese richtlijn uit, waarbij twee sporen werden gevolgd:

  • wat betreft de boeken: voortzetting van de bestaande regeling;
  • wat betreft andere werken: onderhandelingen worden gevoerd over een licentie-regeling.

Bibliotheken onderworpen aan het leenrecht

Alleen voor werken uitgeleend door openbare bibliotheken dient een leenvergoeding betaald. Andere bibliotheken (wetenschappelijke, school- of bedrijfsbibliotheken), private zowel als openbare, zijn vrijgesteld van de regeling voor inning van het leenrecht.

Het aantal uitleningen in 1995, onderworpen aan de verplichting leenvergoeding te betalen, bedraagt 244 miljoen op een algemeen totaal van 550,5 miljoen, dit is 44,3%.

In 1996 zou het totaal aantal uitleningen verminderd zijn van 550,5 naar 535 miljoen; het aantal uitleningen van werken onderworpen aan een leenvergoeding is verminderd van 244 tot 234 miljoen.

Financiering van het leenrecht

  • Voor boeken door de centrale regering, gecoördineerd door de minister van cultuur ('National Heritage').
  • Voor andere werken: de financiering zou moeten gebeuren door de lokale besturen, over het licentiesysteem wordt nog onderhandeld.

Administratie van het leenrecht

Door de Registrar, Bayhealth House, alleen administratie van het leenrecht voor boeken. James Parker, 44-1642-604-699.

Inkomsten uit het leenrecht

In 1996 werd 5 miljoen pond voorzien voor de uitbetaling van leenvergoedingen. In een aantal bibliotheken worden steekproeven uitgevoerd om uit te maken hoe een verdeling te maken tussen verschillende werken. Elk jaar, na aftrek van administratiekosten (ongeveer 600.000 pond), wordt het door het parlement goedgekeurde budget verdeeld op basis van het geschatte aantal ontleningen om een basisbedrag (2,07 pence) te bekomen, dat daarna dient om te berekenen welke vergoeding aan individuele auteurs wordt betaald.

In 1997 bedroeg de minimum uit te betalen vergoeding 1 pond (lagere bedragen worden niet uitbetaald) en het maximimbedrag per auteur 6.000 pond. De Registrar stelt voor het minimumbedrag op te trekken tot 5 pond.
De leenvergoeding is vrijgesteld van BTW.

Verdeling van leenvergoeding tussen auteur en uitgever

Hoewel het leenrecht volgens het Britse recht kan worden overgedragen aan de uitgever, ontvangt op dit ogenblik geen enkele uitgever een deel van de leenvergoeding. Het schijnt een Britse traditie te zijn dat leenvergoedingen volledig aan auteurs worden uitbetaald. Deze beschouwen deze traditie als een verworven recht.

Honderdeneen auteurs hebben het maximumbedrag van 6.000 pond ontvangen (op een totaal van 25.000 bij de Registrar ingeschreven auteurs); 5.406 hebben geen vergoeding ontvangen. Om van het leenrecht te kunnen genieten moeten de auteurs zich (bij leven) laten inschrijven bij de Registrar. Erfgenamen van een overleden auteur kunnen zich niet laten inschrijven.

Vergoeding voor buitenlandse werken

Een overeenkomst op basis van wederkerigheid is op dit ogenblik afgesloten met Duitsland. Registrar James Parker heeft voorgesteld het stelsel van leenrecht uit te breiden naar alle auteurs van de Europese Unie. De regering heeft dit geweigerd op basis van een gebrek aan fondsen.


Nederland

Wetgeving betreffende het leenrecht

Voor de invoering van de Europese richtlijn regelde een speciale wet van 14 februari 1987 het publieke leenrecht ten bate van auteurs en uitgevers. Dit recht had alleen betrekking op boeken. De wet was het resultaat van een dertig jaren durende strijd van schrijvers en uitgevers.

Om de nationale wet conform te maken met de Europese richtlijn, werd in 1995 de Nederlandse wet auteursrecht veranderd om er het leenrecht in openbare bibliotheken in op te nemen.
Volgens de vereniging van Nederlandse uitgevers moet dit publieke leenrecht worden beschouwd als een recht van communicatie met het publiek die openbare bibliotheken toelaat werken uit te lenen tegen een redelijke vergoeding, te betalen aan de rechthebbenden.

Bibliotheken onderworpen aan het leenrecht

Alleen openbare bibliotheken moeten leenrecht betalen aan de houders van het auteursrecht. 1200 bibliotheken zijn onderworpen aan het leenrecht en de Stichting Leenrecht schat het aantal in 1996 uitgeleende werken op 172 miljoen (plus 4,5 miljoen uitleningen van audiovisuele werken).
Wetenschappelijke, gespecialiseerde en schoolbibliotheken zijn vrijgesteld.

Financiering van het leenrecht

Door de bibliotheken. Zij worden gefinancierd door de staat en in mindere mate door provincies en gemeenten. De bibliotheken kunnen een tussenkomst van de lezer vragen door de betaling van een jaarlijks leesrecht of een vergoeding per ontleend boek.

Administratie van het leenrecht

Stichting Leenrecht, Dr. André Beemsterboer, tel. 00-31-205-407-297.

Inkomsten uit het leenrecht

In 1997 20 miljoen gulden, bijna 10 cent per uitlening.
Dit bedrag wordt door de Stichting Leenrecht verdeeld onder de organisaties van de rechthebbenden die het bedrag verdelen over de rechthebbenden (het schijnt dat de auteurs 5-10% reserveren voor een sociaal fonds).
Om het bedrag van het te innen leenrecht te bepalen, heeft de Stichting Leenrecht haar steekproefmethode geïnformatiseerd. Een aantal bibliotheken werd als representatief uitgekozen. Op basis van de gegevens uit deze bibliotheken kan het totaal aantal ontleningen berekend worden.

Verdeling tussen auteurs en uitgevers

De auteurs ontvangen 70% van het totale bedrag aan leenrecht; de uitgevers 30%.
De vorige wet beperkte het maximumbedrag per auteur tot 10.000 gulden; in de huidige wet is er geen plafond meer.

Vergoeding voor buitenlandse werken

Op dit ogenblik bestaat er geen overeenkomst op basis van wederkerigheid tussen Stichting Leenrecht en andere organisaties, noch een overeenkomst met individuele auteurs.

Omdat het publieke leenrecht gebaseerd is op de Nederlandse wet auteursrecht, heeft de Stichting Leenrecht de wettelijke verplichting de door haar ingezamelde fondsen te verdelen onder buitenlandse rechthebbenden. Hierover voert de Stichting besprekingen met VG Wort.


Ierland

Wet auteursrecht van 1963. Een nieuwe wet auteursrecht is in voorbereiding. Het is niet waarschijnlijk dat deze wet voor 1999 wordt aanvaard.
Leenrecht bestaat niet in Ierland. De regering heeft de invoering van leenrecht steeds geweigerd op basis van de te verwachten kosten.


Luxemburg

Geen informatie.


Griekenland

Wet auteursrecht 21-21/93

Geen bepalingen in verband met leenrecht, alleen een reproductierecht voor de bibliotheken.


Italië

Europese richtlijn opgenomen in Italiaanse wet 685 van 16 november 1994.
Artikel 69 stelt de openbare bibliotheken van de Staat of afhangende van openbare instellingen vrij van de betaling van een leenrecht (behalve voor muziekuitgaven). Het leenrecht is daarom slechts van toepassing in 2.000 van de 14.000 bibliotheken in Italië. Het is duidelijk dat de Italiaanse wetgever de kost van de bibliotheken tot het minimum wilde beperken. De vereniging van Italiaanse uitgevers heeft zich niet verzet tegen het uitblijven van een leenvergoeding gezien de beperkte financiële mogelijkheden van de Italiaanse bibliotheken.


Spanje

Het leenrecht is voorzien in de wet op de auteursrechten maar openbare bibliotheken zijn vrijgesteld. Reden hiervoor is de strijd tegen het analfabetisme.


Portugal

De Commissie heeft bij het Europese Hof een geding tegen Portugal aangespannen wegens het niet naleven van de richtlijn.


Zweden

De Zweedse wet op het leenrecht is van toepassing op openbare en op schoolbibliotheken. Het leenrecht wordt gefinancierd door de Zweedse staat via een speciaal bibliotheekfonds. Dit wordt beheerd door het Swedish Authors Fund.
De auteur ontvangt een vergoeding voor elke uitlening; per uitlening is een specifiek bedrag voorzien.
Uitgevers ontvangen geen vergoeding.
De verdeling van de vergoeding tussen auteurs, vertalers en illustratoren gebeurt op basis van een steekbroef. Deze wordt automatisch uitgevoerd door twee verschillende computer-programma's die speciaal voor dit doel zijn ontworpen.
De steekproef gebeurt in geselecteerde bibliotheken, gekozen op basis van geografische criteria (3 zones) en de grootte van de instellingen (5 categorieën). De programma's kiezen willekeurig elke 7de uitlening en sturen de informatie door naar het Swedish Authors Fund die het aantal uitleningen per rechthebbende berekent. De vergoeding wordt daarna betaald op basis van het berekende aantal ontleningen. De vergoeding is degressief vanaf de 100.000ste en daarna vanaf de 200.000ste ontlening per rechthebbende.
Om de twee jaar evalueert een andere steekproef op een gelijkaardige manier de titels die niet worden uitgeleend, maar in de leeszaal worden geraadpleegd. Ook voor deze werken wordt een leenvergoeding betaald.


Finland

Een amendement bij de wet op het leenrecht, onderdeel van de wet op het auteursrecht, is van kracht geworden op 1 mei 1995.

Het uitlenen van boeken door bibliotheken valt niet onder de wet op het auteursrecht. De auteurs ontvangen nochtans een compensatie via een speciale regeling. Het leenrecht impliceert de verdeling van tantiËmes onder de auteurs op basis van het aantal titels van hun hand in de bibblioteken. De gegevens worden door de bibliotheken verstrekt. Alle auteurs hebben recht op een bepaald bedrag, op voorwaarde dat ze elk jaar een aanvraag indienen. Uitgevers ontvangen niets. Het leenrecht is uitgeput zodra een boek met toestemming van de uitgever is gecommercialiseerd.

Artikel 19

De compensatie kan slechts opgeÎist worden voor boeken die tijdens de laatste drie kalenderjaren zijn uitgeleend. Recht op compensatie bestaat niet indien de uitlening gebeurde in een openbare bibliotheek of in een bibliotheek voor wetenschappelijke of educatieve doeleinden.


België

Wet van 30 juni 1994 op auteursrechten. Bepalingen met betrekking tot leenrecht. Het bedrag van de vergoeding waarop auteurs recht hebben, wordt vastgelegd bij KB, evenals de vrijstellingen of een forfaitaire vergoeding voor uitlening door bepaalde instellingen. Tot op heden is er geen uitvoeringsbesluit; geen onderhandelingen tussen de betrokken partijen.


Denemarken

Voor de invoering van de Europese richtlijn, bepaalde een wet op het leenrecht (307 van 9 juni 1982 gewijzigd op 23 juni 1989) dat alle auteurs en kunstenaars een vergoeding krijgen voor het uitlenen van hun werken in alle bibliotheken (behalve wetenschappelijke). Betroffen zijn alle gedrukte werken en literaire werken op geluidsdrager.
Dit recht kan niet overgedragen worden. De Deense uitgevers ontvangen dus geen leenrechten. Men houdt een jaarlijkse telling van de boekenvoorraad in de Deense bibliotheken. De auteurs (en ook vertalers) ontvangen per jaar 125 miljoen Deense kronen.
Een speciale organisatie van het ministerie van Cultuur beheert het toegekende bedrag. De leenrechten worden verdeeld op individuele basis. Er bestaat geen sociaal of cultureel fonds voor collectieve distributie van de middelen.
Een sociale aanpassing: de vergoeding die een auteur ontvangt is omgekeerd evenredig aan het aantal boeken van de auteur dat in de bibliotheken ter beschikking is.
Het bedrag wordt jaarlijks verdeeld op basis van individuele vergoeding van de rechthebbenden.
Alleen auteurs ontvangen leenvergoedingen.


Noorwegen

Noorwegen behoort niet tot de Europese Unie, maar bezat reeds een wet op leenrecht nog voor de Europese richtlijn werd uitgevaardigd.
De Noorse staat financiert het leenrecht; alleen auteurs ontvangen een vergoeding; het totale budget bedraagt 20 miljoen Franse frank per jaar.


Zwitserland

Zwitserland behoort niet tot de Europese Unie. Auteurs en uitgevers ontvangen een vergoeding voor uitlening van boeken in openbare en privé-bibliotheken. De gebruikers betalen hiervoor. 8% van de inkomsten van de bibliotheken is voorzien voor het betalen van leenvergoedingen aan de rechthebbenden. De wijze waarop deze vergoeding zal verdeeld worden, is nog niet bepaald.

Berekening van het bedrag van de bijdrage

Een berekening van bijdragen op basis van individuele ontleningen bestaat in Europa niet. Alle gegevens zijn afkomstig van steekproeven, meestal uitgevoerd door computers, in een staal van bibliotheken. De bijdragen worden meestal bepaald op basis van een schatting van het aantal uitleningen per werk.


Inhoud
E-mail naar webmaster

[Home] [Nieuws] [Petitie] [Auteurswet] [Europa] [Discussie] [Links]