Nieuwste boeken

De winter van de Belgica 
Stilstaan 
Antigone's keuze 

Natuur

De bende van de mol 
Brand in de Tikkebossen
Tand om tand
Braam
De huilers
De zilverrug
Morgen dood ik een leeuw

Leven, liefde en dood

Stilstaan 
Middernachtzonde 
Ariadne 
Jan zegt nooit wat
Kwikloks

Mythe en geschiedenis

Ariadne 
De ogen van de tiran
Antigone's keuze 
De winter van de Belgica 

Verhalen

Blokbeest
Bye bye my summerlove
Verkeershinder
De toner
Hondsroos
Tropisch paars
De groene ridder
Drup, Drop en Drets
De kunstenmaker
Het pakhuis
Op safari in de stad



Hondsroos


© Willy Schuyesmans, 1991

Koen wist het meteen toen hij de klap hoorde. Hij drukte Joeri dicht tegen zich aan en sloot zijn ogen. Even bleef hij staan. Dat gevoel van onmacht was er weer. De tijd die je niet kunt terugdraaien. Een paar minuten maar en dan opnieuw beginnen. En je fout goedmaken.

'Hoor, Koen. Boem!' zei Joeri.
'Ja', zuchtte Koen, 'ik hoor het. Kom.'

Hij hield zijn broertje stevig vast en liep de zandweg op die naar de achtertuin leidde. De hondsrozen rond de pergola stonden in de knop en de wilde haag trilde vreedzaam in de vroege lentezon. De ramen van de serre stonden half open. Een vredig tafereeltje. Alleen het openstaande tuinpoortje zorgde voor een wanklank. Waarom had hij het niet gesloten? Geen tijd natuurlijk. Hij was in paniek geweest toen hij Joeri niet vond. Als hij maar niet naar de voorkant van het huis was gelopen, de drukke verkeersweg op. Dat had hij gelukkig niet gedaan. Een korte blik op de baan was voldoende geweest om dat te zien. Even later zag Koen hem lopen aan het einde van de zandweg. Met zijn korte beentjes dribbelde hij naar de heide. Koen had hem spoedig ingehaald en hem vermanend toegesproken. Aan Radja had hij niet eens gedacht. Het dier moest ondertussen door het openstaande tuinpoortje naar buiten geglipt zijn, de baan op. 'Laat het niet waar zijn', prevelde Koen nog toen hij de hoek van het huis omdraaide, de weg op. Het was waar. Een witte auto stond scheef op de berm. Mensen er rond. Midden op de weg een zwart hoopje miserie. Radja. Levenloos. Koen drukte Joeri's hoofd diep in zijn schouder. De pijn. De domme schuld. Koen voelde zich plots heel kleintjes. Hij had zin om te wenen, maar de tranen kwamen niet. Alleen dat misselijke gevoel van onomkeerbaarheid. De wijzers van de klok die maar één richting kennen. Als ik dit. Had ik maar. Zou ik.

'Joeri kijken!'
'Nee, Joeri moet niet kijken nu.'

Gelukkig kwam de overbuurvrouw toegelopen en nam Joeri van hem over. Zij zou voor hem de waarheid versluieren met koekjes en verhaaltjes en hij zou pas morgen merken dat Radja er niet meer was als alles allang achter de rug zou zijn.

Koen stapte schoorvoetend op Radja af. Bloed op het asfalt. Is dat jouw hond? Aan de leiband houden. Deuk in mijn wagen. Familiale verzekering, naar ik hoop. Koen hoorde het niet eens. Hij hurkte naast Radja neer en legde zijn hand op de flank van het dode dier. Zinloze warmte. Kijk hoe stil zijn staart ligt, dacht Koen. Zijn tiende verjaardag. Geen pakjes, maar een mand. Een twaalf weken oude labradorpup. Zijn zakgeld gespaard voor leiband, eetkom, hondenbelasting. Een zelf getimmerd hok. De lessen in de hondenschool. Af. Zitten. Volgen. Foei. Braaf. Duizend keer opnieuw tot ze langzaam één geworden waren. Soms had hij weken geduld nodig gehad voor een nieuw bevel. Maar als dat dan eindelijk lukte, voelde hij zich de koning te rijk en Radja kwispelde van puur genot. The will to please. Het stoeien. Samen rollebollen in de tuin. Eindeloos tennisballetjes gooien en laten apporteren. De hijgende aanhankelijkheid en de fidele blik in de donkerbruine ogen. Zijn warme lijf op Koens voeten als die 's winters op zijn kamer zat te studeren. Dat zou nu nooit meer hetzelfde zijn. Ook de wandelingen niet. De eindeloze tochten op de heide. Eerst alleen met Radja. Tot hij Anja ontmoette met Bas, een golden retriever. Het wilde ravotten van de honden en de langzaam groeiende vriendschap met Anja. Soms holden ze met zijn vieren door het mulle zand, de honden blaffend van opwinding en zij hand in hand hijgend en lachend van dolle pret. Hoe jaloers jankte Radja toen zij elkaar voor het eerst zoenden. En toen Anja een keer bij het wilde spel haar enkel verzwikt had, droeg Koen haar de hele weg naar huis op zijn rug, geëscorteerd door de twee honden.

Koen maakte Radja's halsband los en stak hem in zijn zak. Dan pakte hij het dode dier in zijn armen en legde het neer naast de rozenhaag in de tuin. 's Avonds, toen vader thuis was, hebben ze hem daar samen begraven. Anja was er ook met Bas. Haar broer had het nieuws al opgevangen in het dorp en het haar verteld. Ze hield Koens hand vast terwijl vader de kuil vulde met naar lente geurende aarde. Toen hij daarmee klaar was, nam Anja een snoeimes en sneed drie hondsrozen af die ze op het verse graf legde. Pas dan kwamen de tranen.





Bekroond



 
Home Foto's 101 vragen Lezingen Bibliografie Biografie Fanmail