|
Nieuwste boeken
De winter van de Belgica

Stilstaan 
Antigone's keuze

Natuur
De bende van de mol

Brand in de Tikkebossen
Tand om tand
Braam
De huilers
De zilverrug
Morgen dood ik een leeuw
Leven, liefde en dood
Stilstaan

Middernachtzonde

Ariadne

Jan zegt nooit wat
Kwikloks
Mythe en geschiedenis
Ariadne

De ogen van de tiran
Antigone's keuze

De winter van de Belgica

Verhalen
Blokbeest
Bye bye my summerlove
Verkeershinder
De toner
Hondsroos
Tropisch paars
De groene ridder
Drup, Drop en Drets
De kunstenmaker
Het pakhuis
Op safari in de stad
|
|
|
Blokbeest
© Willy Schuyesmans, 1989
De paarden komen. Ik kan hun tandenklapperend gehinnik horen en ik voel
de huiver op hun natte flanken. Mijn lakens zijn nat en op mijn kussensloop
heb ik gekwijld. Tranen rollen heet langs mijn gloeiende wangen en paardehoeven
stampen in mijn hoofd. Kletterdekletterdeklet. Mijn boekentas is weg nu.
Verdwenen uit mijn kamer. Denkt u niet dat het zo beter is, mevrouw. Ja,
dokter, ik denk dat het zo beter is. Moeder huilt en wrijft over mijn
natte voorhoofd. Maar haar examens, dokter? Dat is nu niet belangrijk,
mevrouw. Eerst moet ze rusten. Examens niet belangrijk? Examens zijn het
belangrijkste wat er is. Elke avond weer de boeken. Ik kom er niet. Ik
haal het nooit. De letters dansen de lambada en plooien dubbel van het
lachen. De H lacht mij uit en de Q maakt een obsceen gebaar. The irregular
verbs. Abide abode abode arise arose arisen awake awoke awoke be was been
beat beat beaten beat beat beaten beat beat ... Als een geslagen hond
ontwijk ik de paardehoeven. Tadam tadam tadam. Mijn ogen branden en in
het schijnsel van de lamp zie ik dreigend die van wiskunde staan. De eigenschappen
van de gelijkvormige driehoeken of je leven. Ik ken ze, hoor. Je hoeft
mijn leven niet te nemen. Ik ken ze. Ik heb ze geleerd. Ik weet het zeker.
Het was midden in de nacht toen ik ze. Of je leven. Twee hoeken gelijk,
zie je wel. Er zijn er zes. Ze staan op pagina 125. Eén hoek en ... evenredig
... twee zijden ... aanliggend. Kom tegen mij aan liggen. Aan mijn zijde.
Niemand aan mijn zijde. Ik moet er alleen door. Doorzetten, Linda. Ja,
meneer. Ga leren, Linda. Ja, moeder. Leren, Linda! Je vader heeft het
nooit gekund en ik mocht niet. Ja, moeder. Toon je rapport, Linda. Een
acht voor Frans! Sur le pont d'Avignon on y danse. Sta daar niet te dansen,
Linda. Ga leren.
Jawel, Linda, jij kan je naam al schrijven, he. Toon het eens aan de
mevrouw. Zie je wel. Een L. Een I en dan een N. Nee, dat streepje staat
niet goed. Zo, dat is beter. Een N, een D en een A. Ziezo! Heb ik haar
dat niet prachtig geleerd? En het ABC kent ze ook al, he. Laat eens horen.
Aaaabeeeseeedeee. D. D. Wat komt er achter de D, Linda? Dee? Dee?
...pressie, zegt de dokter. De paarden moeten op stal nu. Ze zijn te
moe, Linda. En zo nat van het zweet. Ze hebben te lang te ver gelopen.
Hun aders staan gespannen en ze zijn bang geworden van de striemen van
de zweep op hun gespierde lijf. Voortgezweept. De klok die tikt. De bladzijden
die traag, te traag worden omgedraaid. Het is halftwaalf. Ga nu slapen,
kind. Bekijk het morgenvroeg nog eens. Ik zal je vroeger roepen. De slaap
die niet wil komen. Forbid forbade forbidden forget forgot forgotten forgive
forgave forgiven forsake forsook forsaken. De belletjes. Ze rinkelen in
de sneeuw. Sneeuwwit papier. Geen woord erop. Mijn keel dichtgeschroefd.
Mijn hoofd leeg. Gaat het niet, Linda? Jawel, mevrouw. Ik denk na. Maar
er valt niets na te denken. Ik hoor alleen nog de belletjes rinkelen.
En ik val.
Ze leert teveel, zeggen ze. Ze is een blokbeest, zeggen ze. Elke avond
tot middernacht. Ze is gek, zeggen ze. Dat houdt ze nooit vol, zeggen
ze. Ze zeggen maar. Ze zeggen maar. De honende gezichten. Ik heb Latijn
alleen maar even doorgelezen. Voor wiskunde heb ik werkelijk niets gedaan.
Ben je gek? Ik heb een film meegepikt op televisie. Nogal wat leuker dan
geschiedenis. Ik ga me niet kapot blokken, zeg. Hun tronies. Je moet ze
zien. Ze spotten met me. Ze doen alsof. Ik weet best hoe moeilijk het
is, hoe hard je moet leren. Ze zeggen dat ze niets doen, maar dat is niet
meer dan een houding. Hoe komen ze anders aan hun punten? Vertel me dat
eens. Vertel me dat eens! Ze mogen best weten dat ik ervoor moet werken.
Laat ze maar lachen. Ik zal het ze bewijzen. Wijzen. Verwijzen. Wijs.
Wanneer? Daar zijn de paarden weer. Zij gaan voor. Eerst de paarden door
laten. Ze ruiken heel anders dan boeken. Ze draven door. Ze laten zich
nergens door remmen. Ze rantampampen door het zand dat opvliegt. Zand
in mijn ogen. Laat je toch geen zand in je ogen strooien, Linda. Je bent
verblind. Zie je niet wat er gebeurt? Zo kan het toch niet langer. Je
hebt ontspanning nodig. Mijn boeken op de grond. De paarden draven er
over. Hun hoeven verbrijzelen letters. Bladzijden vliegen in het rond.
De hoeven in mijn hoofd. Op mijn hoofd. De paarden moeten weg. Weg.
De klas. De derde bank. De toets. De punten. De juf. Wiskunde is niets
voor jou, Linda. Je denkt niet na. Je leert alleen maar van buiten. Het
bord. Het krijt. De ondervraging. De leraar. Nederlands is niets voor
jou, Linda. Je blokt wel, maar je voelt het niet. De spreekkamer. De psycholoog.
Je pakt het verkeerd aan, Linda. Je moet leren studeren. Kom na de examens
maar eens langs.
Ik wil. Ik moet. Ik moet bewijzen. Vader en moeder hebben de kans niet
gekregen. Ik wil eruit. Ik kan het. Ik kan het. Ik kan het. Ik kan het.
Maar de klok tikt zo traag. En mijn kop zit zo vol. En het dreunt daarbinnen.
En morgen beginnen de examens. En ik haal het nooit. Nog 48 bladzijden.
Ik zal niet slapen vannacht. Ik zal nooit meer slapen. Ik zal nooit meer
slapen.
Het daveren begint weer. Ik lig in een koude onderaardse rivier. Het
water stroomt in beekjes langs mijn lijf. Zien ze niet dat het laken nat
wordt? Ik ril. De paarden zijn buiten nu. Ze grazen. Ze hebben mij te
grazen. Er is licht aan het einde van de grot. Maar het is zo ver. Zo
ver. Zal ik nog ooit de zon zien? Zal ik nog ooit de angst voelen? Zal
ik nog ooit de tronies moeten trotseren? Zal ik nog ooit de teugels verliezen
en vallen? Zalig vallen. Met mijn ogen dicht. En mijn dijen gedrukt tegen
de ruige flanken van een paard?
|
|
|
Bekroond
|
|