Nieuwste boeken

De winter van de Belgica 
Stilstaan 
Antigone's keuze 

Natuur

De bende van de mol 
Brand in de Tikkebossen
Tand om tand
Braam
De huilers
De zilverrug
Morgen dood ik een leeuw

Leven, liefde en dood

Stilstaan 
Middernachtzonde 
Ariadne 
Jan zegt nooit wat
Kwikloks

Mythe en geschiedenis

Ariadne 
De ogen van de tiran
Antigone's keuze 
De winter van de Belgica 

Verhalen

Blokbeest
Bye bye my summerlove
Verkeershinder
De toner
Hondsroos
Tropisch paars
De groene ridder
Drup, Drop en Drets
De kunstenmaker
Het pakhuis
Op safari in de stad



Brand in de Tikkebossen


Brand in de Tikkebossen - Willy Schuyesmans en Paul de BeckerBekroond boek CIP
Brand in de Tikkebossen
Willy Schuyesmans; ill. Paul de Becker
© Averbode; Apeldoorn; Altiora, 1997
96 blz.
21,5 cm
(Zonneboek)
ISBN 90-317-1297-5
Prijs: € 9,95
NUGI 220
Doelgroep: vanaf 8 jaar
Trefw.: jeugdboeken; verhalen Uitverkocht


De Tikkebossen zijn een zomer lang het speelterrein voor Wolf, Arend, Ever en Linde, allemaal leden van de bende van de mol. Wolf is helemaal zijn kluts kwijt als Linde op een dag in de boomhut verschijnt met haar Parijse vriendin Manon. Hij kan niets beters bedenken dan stoer te doen tegen haar. Intussen lopen er een paar vreemde heren rond in het bos. De bendeleden zijn er niet gerust in. Wat moeten die in de Tikkebossen? En dan, op een dag, gebeurt er iets verschrikkelijks. 'Brand in de Tikkebossen' is een vervolg op 'De bende van de mol', en brengt een nieuw spannend verhaal van Willy Schuyesmans over milieu en natuur in je eigen buurt.


Fragment

Wolf was het niet vergeten. Het verwonderde hem veeleer dat Manon er telkens opnieuw over begon. Ze wist vast niet waar ze het over had. De overkant van de vijver was een heel eind. Hij was er bijna zeker van dat Manon dat nooit zou halen. Misschien moest hij haar wel halverwege uit het water redden. Hij zag zichzelf al in de rol van de held die een meisje van de verdrinkingsdood gered had. Of zou hij maar voorzichtig zijn en haar niet al te veel op de proef stellen?
'Als we nu eens naar het eilandje zwemmen', zei hij voorzichtig.
'Welk eilandje?' vroeg Manon.
Wolf wees het groene eiland aan midden in de vijver. Ze waren er wel vaker naartoe gezwommen. Zelfs Ever kon dat makkelijk halen, al had hij er dubbel zoveel tijd voor nodig als Wolf.
'Bedoel je dat eiland daar vlakbij?' vroeg Manon. 'Noem je dat een wedstrijd? Je kunt er bijna naartoe wandelen.'
'Ja, goed', zei Wolf. 'Wat wil je dan?'
'Jij wilde naar de overkant zwemmen. Ik dus ook.'
'Oké', kwam Linde tussenbeide. 'Zwemmen jullie om het eerst naar de overkant, dan zwemmen wij intussen rustig naar het eilandje. Als jullie uitgerust zijn, komen jullie ook maar daarheen.'
'Waarom uitrusten?' zei Manon verwonderd. 'We zwemmen naar de overkant en vandaar gelijk door naar het eilandje. Dan kunnen jullie ons zien aankomen en zeggen wie het eerst is.'
Wolf hapte naar adem. Wat bezielde die meid? Hij was al wel eens vaker naar de overkant gezwommen. Maar dan was hij heus wel aan wat uitrusten toe. Meteen door naar het eilandje? Dat was dan anderhalve keer zo ver!
'Wat denk je, Wolf?' vroeg Arend. 'Je zegt zo weinig.'
'Neenee, voor mij is het goed', mompelde Wolf snel. 'Ik dacht alleen maar... of...'
'Of ik het wel zou kunnen?' hielp Manon hem met een lachje om haar mond.
'Euh... ja, misschien wel. Ik heb jou nog nooit zien zwemmen. En jij hebt ook nog nooit in deze vijver gezwommen. Het is verder dan het lijkt, hoor.'
'Voor mij is het goed', zei Manon zelfverzekerd. 'Als je klaar bent, zeg je het maar.'
'Ja..., natuurlijk ben ik klaar', zei Wolf onzeker.
'Oké, laten we dan vertrekken.'
Linde zou het startsein geven. Ze legde nog eens precies uit hoe ze moesten zwemmen: recht op die grote spar af die aan de overkant stond; daar even helemaal uit het water komen, omdraaien en naar het eilandje zwemmen. Wie daar het eerst op het droge aankomt, is gewonnen.
Ze knikten allebei dat ze het begrepen hadden. Ze klauterden op de oever en gingen klaar staan bij de waterlijn.
'Klaar voor de start! Drie, twee, één... Start!'
De stem van Linde kaatste helder op het water en werd meteen gevolgd door een ferme plons toen Manon en Wolf tegelijk in het water sprongen.
'Vooruit, Wolf!' riep Arend.
'Er op los, Manon!' schreeuwde Linde.
Ever keek ze lachend achterna en begon toen alvast zelf op zijn dooie gemak in de richting van het eilandje te zwemmen. Linde en Arend bleven nog even kijken naar de wedstrijdzwemmers, maar zwommen toen zelf achter Ever aan.
Wolf en Manon waren mooi tegelijk vertrokken en bleven de eerste slagen ook netjes naast elkaar. Wolf haalde uit met lange, krachtige slagen. Na elke slag kwam zijn hoofd even boven water om adem te halen. Tegelijk keek hij dan hoe Manon vorderde. Hij had gehoopt dat ze schoolslag zou zwemmen, zoals de meeste meisjes die hij kende. Maar Manon crawlde net als hij, met lange, stevige slagen. Na elke slag hield ze heel even haar armen stil langs haar lichaam om zo ver mogelijk voort te glijden voor ze aan een nieuwe slag begon.
Na een paar tientallen meters had Wolf een lengte voorsprong. Eindelijk, dacht hij en hij probeerde zijn snelheid nog iets op te voeren. Dat ging goed. Hij hoorde de slagen van Manon steeds verder achter zich. Het gaf hem nieuwe moed en meteen dacht hij er weer aan dat hij haar misschien toch nog uit het water zou moeten redden. Hij versnelde zijn slagen nog een beetje.
Manon zwom nu op zowat twee en een halve lengte achter Wolf. Maar ze maakte zich daar allerminst zorgen om. Ze bleef rustig in hetzelfde tempo verder zwemmen, zonder ook maar iets te versnellen of te vertragen. Alleen stak ze af en toe haar hoofd wat hoger uit het water om te zien of ze nog steeds recht op de spar af zwom.
Rechts van hen gleed het eilandje voorbij. Wolf begon dieper en sneller te ademen. Soms moest hij zijn hoofd al uit het water halen nog voor zijn slag helemaal uitgedeind was. Langzaamaan haalde Manon haar achterstand weer in, hoewel ze zelf geen centimeter sneller zwom dan bij het begin.
Toen ze driekwart van de weg hadden afgelegd, waren ze weer op gelijke hoogte. Wolf werd er zenuwachtig van. Hij keek voortdurend opzij en hapte steeds meer naar adem. Manon gunde hem nauwelijks een blik. Ze ademde nog altijd even regelmatig en hield alleen de spar in het oog.
Intussen waren Linde, Arend en Ever op het eiland aangekomen. Ever het laatst, hoewel hij als eerste vertrokken was. Ze liepen naar de overkant en keken naar de zwemmers. Van op het eiland was het moeilijk te zien wie voorop lag. Ze leken op gelijke hoogte.
Niets was minder waar. Met elke slag won Manon een paar centimeter. Toen ze misschien nog veertig of vijftig meter van de overkant verwijderd waren, had het meisje al een volle lengte voorsprong. Wolf zag haar voeten vlak naast zijn hoofd en raakte er helemaal van in de war. Hij hapte te vlug naar adem, waardoor hij een gulp water naar binnen kreeg, dat hij er eerst weer uit moest hoesten. Dat kostte hem meteen een tweede lengte. Hij probeerde te redden wat er nog te redden viel, maar hij slaagde er maar nauwelijks in zijn achterstand niet nog groter te laten worden. Die meid leek een overschot aan adem te hebben. Wacht maar, dacht hij: als ze aan de overkant waren, zou ze toch wel heel even op adem moeten komen. Misschien konden ze dan toch weer samen vertrekken naar het eilandje. En dan zou Manon eindelijk ook wel eens op haar adem gaan trappen.
Pas toen Manon op de oever klauterde, zagen Linde, Arend en Ever hoe groot haar voorsprong al was. Linde maakte een luchtsprong van plezier. Arend en Ever keken elkaar verwonderd aan. Zou Wolf zich laten verslaan door een meisje?
Manon stond nu hijgend op de oever. Ze liep de vijf, zes meter tot bij de spar, tikte die aan en liep meteen terug om weer in het water te springen. Intussen was Wolf ook aan land geklauterd, maar hij draaide zich meteen op de oever om en sprong weer in het water. Manon zag wat er gebeurde en besefte te laat dat er niets afgesproken was over die boom aantikken. Stom van haar, al vond ze het toch ook niet helemaal netjes van Wolf. Die zwom inmiddels al drie lengtes voorop toen zij weer in het water sprong. Op het eilandje barstte de discussie los. Ze hadden natuurlijk ook gezien dat Wolf meteen weer in het water was gesprongen en dat Manon kostbare tijd had verloren door tot bij de spar te lopen. Linde was razend. Ze hadden natuurlijk beter moeten afspreken. Als Wolf deze wedstrijd zou winnen, zouden ze het nog jaren mogen horen.
Maar Manon was een vechtersbaasje. Ze zwom met dezelfde, krachtige slagen van daarnet achter Wolf aan. Maar de afstand tussen beiden bleef even groot. Wolf had weer moed geschept uit zijn voorsprong en vergat even dat hij op zijn adem trapte. Maar hij kon dat natuurlijk niet blijven negeren. Al vlug voelde hij het gebrek aan zuurstof weer groeien. Zijn longen leken te barsten toen hij ze tussen twee slagen volzoog. Maar zelfs dan waren ze nog te klein om hem de energie te geven die hij nodig had.
Manon haalde hem langzaam maar zeker weer in. Halverwege tussen de oever en het eiland was ze hem tot op één lengte genaderd. Toen kreeg Wolf de genadeslag. Hij zat helemaal door zijn adem. Hij kon niet meer. Met enkele stevige slagen zwom Manon hem voorbij. Toen ze tien slagen later even vluchtig achterom keek, omdat ze Wolf niet meer hoorde, zag ze zijn verkrampte gezicht al heel ver achter haar. Wolf zwom nog wel, maar hij ging haast niet meer vooruit. De afstand tussen hen werd nu zo snel groter dat de bendeleden op het eiland begrepen dat Wolf de duimen moest leggen. Linde juichte en moedigde Manon aan. Toen ook Ever 'Bravo, Manon!' begon te roepen, durfde zelfs Arend zijn leider af te vallen en begon ook hij Manon aan te moedigen.
Manon lachte hen hijgend toe toen ze uit het water klauterde. Ze draaide zich om en zag hoe Wolf misschien wel veertig meter achter haar aan zwom. Het leek wel of hij helemaal niet meer vooruitkwam. Linde omhelsde Manon.
'Proficiat!' zei ze. 'Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?'
Ook de jongens stonden nu rond Manon. Die hijgde en lachte tegelijk. Niemand bekommerde zich nog om de arme Wolf, die nog steeds in het water lag te plonsen.
'He, waar is Wolf?' riep Manon plots.
Ze keken allemaal naar de vijver, maar Wolf was nergens te bespeuren. Of toch? Daar leek iets te drijven.
Zonder ook maar een ogenblik te verliezen, dook Manon weer het water in. Met krachtige slagen zwom ze in de richting waar ze Wolf voor het laatst gezien hadden. Linde en Arend zwommen haar achterna. Alleen Ever bleef met een bang hart aan de kant staan. Wolf zou toch niet verdrinken, hoopte hij.
In geen tijd was Manon bij Wolf. Hij lag doodstil in het water, maar verdronken was hij niet. Dat zag Manon meteen. Zijn borstkas ging nog altijd hevig op en neer om de verloren adem in te halen.
Toen hij Manon zag, greep hij haar meteen vast. Manon maakte zijn hand los, greep hem stevig onder zijn armen vast en zwom zo ruggelings terug naar de kant. Halverwege kwamen Linde en Arend haar helpen. Samen trokken ze Wolf op het droge. Hij bleef doodstil liggen met halfgeopende ogen die heel treurig keken.
'Moeten we hem geen mond-op-mond-beademing geven?' vroeg Ever bezorgd.
Manon schoot in de lach.
'Neen, dat heeft hij echt niet nodig', zei ze. 'Laat hem maar even uithijgen. Hij komt er wel weer bovenop.'
'Kramp... Ik kreeg kramp in mijn been', zei Wolf tenslotte toen hij weer wat op adem was gekomen. 'Ik kon niet meer verder. Anders...'
'Anders wat?' vroeg Linde bliksemsnel.
'Anders had ik het vast gehaald. Zonder die kramp, bedoel ik.'
'Ach, ventje, schei uit', spotte Linde. 'Je zat er helemaal door. Je adem was te kort. En bovendien, je hebt vals gespeeld. Je hebt aan de overkant niet eens de boom aangetikt zoals Manon.'
Nog voor Wolf kon protesteren, kwam Manon tussenbeide:
'Dat mag je niet zeggen, Linde. Daar was niets over afgesproken. Ik dacht alleen met mijn stomme kop dat het zo moest. Ik had maar beter moeten nadenken.'
Wolf richtte zich half op en zei:
'Je hebt gewonnen, Manon. Jij bent de sterkste.'
Je zag duidelijk dat het hem moeite kostte om zijn nederlaag toe te geven, maar hij deed het toch maar. Manon keek hem aan, lachte en viel op haar knieën naast hem.
'En jij, je hebt je best gedaan. Je zwemt lang niet slecht, hoor, weet je.'
En ze gaf hem een klinkende zoen op zijn wang. Wolf werd er op slag helemaal rood van.
'Jammer', zei Arend.
'Wat jammer?' vroegen Manon en Linde tegelijk.
'Hij vindt het vast jammer dat je hem geen mond-op-mond-beademing hebt moeten geven', lachte hij.
Wolf schoot recht, greep Arends benen vast en even later tuimelden ze allebei over de grond. De anderen lachten.
'Laten we nu wat gaan rusten en van de zon genieten', zei Linde. 'Het is middag. Over een uurtje zwemmen we terug om te picknicken.'
Ze gingen liggen om wat te zonnen, de drie jongens bij elkaar, de twee meisjes samen wat verderop.
'Dat heb je prachtig gedaan, Manon', fluisterde Linde haar in het oor. 'Wolf zingt meteen drie toontjes lager en dat is veel gezelliger zo. Hoe heb je dat toch voor elkaar gekregen? Wolf is heus geen slechte zwemmer.'
Manon giechelde in haar vuistje.
'Dat klopt', zei ze. 'Maar ik ook niet. Aan niemand vertellen, hè, maar vorige maand won ik het kampioenschap lange-afstandszwemmen van alle Parijse scholen. Stilhouden, hoor!'
Linde had moeite om niet luidop in de lach te schieten. Ze draaide zich op haar rug, genoot van de warmte van de zon en viel bijna meteen in slaap.




Recensies

Brand in de Tikkebossen

Dit onderhoudende verhaal doet een beetje denken aan de verhalen van Enid Blyton over ‘De vijf’. Ook hier beleven vijf kinderen avonturen: ze ontdekken een complot en ontmaskeren een snode boef. Drie jongens, alle met dierennamen, en het verstandige meisje Linde vormen samen met Manon een club in het bosje waar ze vaak spelen. Vader is boswachter, moeder bakt pannenkoeken… Het verhaal speelt zich af in de omgeving van huis en tuin, in een veilige, herkenbare wereld. Anders dan bij nostalgische avonturenverhalen gaan de kinderen gewoon naar school en moeten ze voor het avondeten thuis zijn. De slechteriken zijn arrogante projectontwikkelaars die aan het woord van een kind niet veel waarde hechten. Versterkt door andere ongelovige volwassenen is dit de krachtigste boodschap: als kind het gevoel hebben dat volwassenen je niet au serieux nemen, dat ze eerder geloof hechten aan het woord van dubieuze heren.
De karakters worden in de eerste hoofdstukken summier geschetst. Met veel interesse kijk je naar de prentjes bij het begin van elk hoofdstuk, om je een beeld van de personages te kunnen vormen. Hun avonturen verlopen helder en chronologisch, zonder zijsporen of enige franje. Er wordt veel beschreven en weinig gesuggereerd. Suggestief is wel de interactie tussen de personages. Je kan wel raden wie er verliefd is op wie en hoe de sociale plattegrond van het clubje eruit ziet. Alle kinderen reageren verschillend op de situaties. De schrijver laat gelukkig meestal in het midden aan welke houding hij de voorkeur geeft. De lezer zal zich allicht kunnen herkennen in één van de figuren. Behalve uiteraard in de slechten, want die zijn alleen maar slecht zonder meer. Vanaf 10 jaar.

Heidi Vyncke
Bibnet 10 maart 2000

Brand in de Tikkebossen - Willy Schuyesmans; ill. Paul de Becker

Wolf, Arend, Ever en Linde - de bende van de mol - genieten in hun boomhut van de vakantie. Linde heeft een Parijse vriendin Manon op bezoek waardoor Wolf helemaal de kluts kwijt is. Er lopen ook een paar vreemde heren in pak door het bos, die het met de boswachter aan de stok hebben. De volgende dag staan de Tikkebossen in brand terwijl de kinderen aan het zwemmen zijn in de vijver van het bos. Zij weten te onsnappen aan het vuur en ontdekken dat die vreemde heren het bos zelf in brand hebben gestoken. (Zo zouden ze er een bouwverkaveling kunnen uitvoeren). Als twee bendeleden vals beschuldigd worden van brandstichting, weten de anderen de ware schuldige te ontmaskeren. Maar een deel van de Tikkebossen zijn ze kwijt. Dit realistische, hedendaagse verhaal hapt weg als een versgebakken broodje, hoewel er veel tekst en weinig illustraties in staan. Actie is de voornaamste motor. Geen uitgebreide beschrijvingen of emotionele ontboezemingen. Maar de verschillende kinderen worden zeer goed getypeerd, zoals Wolf die zich uitslooft om indruk te maken op Manon door stoerdoenerij (al wordt er verder in het verhaal niet op ingegaan). Het verhaal is wel voorspelbaar voor de lezer. Als de bouwpromotoren hun zin niet krijgen van de boswachter, dreigen ze met andere middelen en dan is het voor de lezer wel snel duidelijk welke.
De bedoelingen van de schrijver worden dik in de verf gezet, soms wat té dik. Zoals Linde die bij de picknick een glazen fles bij zich heeft ('Dat is veel beter voor het milieu. Zo'n fles wordt telkens opnieuw gebruikt'), terwijl Ever zit te 'prutsen' met een brik dat hij niet goed openkrjgt. Het milieu, daar is het de schrijver om te doen. Ook het gevaar voor brand, dat in een klein hoekje schuilt, komt aan bod. (Bij een 'proef staat hun boomhut bijna in brand.)
Dat bouwpromotoren (of anderen die geld ruiken) het milieu aan hun laars lappen als er geld te verdienen valt, wordt ook wel duidelijk, al is hun werkwijze nogal stuntelig.
De schrijver heeft met dit zeer vlot en makkelijk lezend verhaal (AVI 8) op een flitsende en spannende manier een herkenbare situatie voor de beoogde doelgroep onder woorden gebracht.
Pol Van Damme

Klapper 1998

Brand in de Tikkebossen - Willy Schuyesmans

Brand in de Tikkebossen, het nieuwe boek van Willy Schuyesmans bij Averbode deed ons de wenkbrauwen fronsen. Toch niet alweer? Met zijn De bende van de Mol putte hij (waarschijnlijk onbewust?) uit de thematiek van een collega en nu gebeurt dat opnieuw. Wie de jeugdliteratuur wat volgt, herkent dit verhaaltje meteen. Een bende jongeren heeft een favoriet speelterrein, maar dat wordt door een projectontwikkelaar bedreigd. Die deinst niet terug voor een misdaad. En er speelt ook een journalist mee... Hebbes? Geef toe, het zal wel weer onbewust gebeurd zijn, maar het toeval wordt wel heel groot. Verder is dit boek bijzonder houterig geschreven, met dialogen die zelfs twintig jaar geleden niet meer door de redactionele beugel konden. Een voorbeeld? Op pag. 55 zijn de kinderen uit het boek in paniek omdat het bos brandt. Ze hebben zich net in veiligheid gebracht door in een vijver te springen. En dan krijg je volgende dialoog: 'Waar zijn Wolf en Arend?' vroeg Ever plots (sic!) ongerust.
'Wij zijn door het vuur van elkaar gescheiden', zei Linde. 'Maar zij stonden aan de goede kant. (resic!) Ik denk niet dat we ons over hen veel zorgen moeten maken. Ik hoop maar dat ze hulp gaan halen.' Wel wel, oubollig en qua inspiratie in ademnood. Dat is het beste wat je van dit boekje kunt zeggen, want als je over onwaarschijnlijkheden begint als een groepje kinderen dat doodleuk in slaap valt terwijl ze in een bos spelen of zo... Te vergeten.
Karel Verleyen

Radio Tequila

 
Home Foto's 101 vragen Lezingen Bibliografie Biografie Fanmail