Gregoriaans is engelenmuziek, of het nu geradbraakt wordt door een haastige koster met harmonium, dan wel gezongen volgens de strenge, moeizaam herontdekte regels door een goed geschoold Benedictijnerkoor. Pure schoonheid is niet kapot te krijgen, zelfs niet door een Vaticaans Concilie dat de volkstaal en de volkszang in de liturgie een duidelijk voetje voor gaf. Weliswaar bleef Gregoriaans de officiële muziek van de kerk, maar in de praktijk werd het schier overal vervangen door muzikaal armetierige meezingertjes. Zelfs priesters wisten vaak niet beter of het Gregoriaans was afgeschaft. Heel misschien is dat echter voor de Gregoriaanse muziek zelf een zegen geweest.