De Schola Canto Gregoriano Sola is de tweede Noorse vrouwenschola (na de Schola Sanctae Sunnivae) die de het gregoriaanse wereldje met verstomming slaat door de frisheid en het wonderlijke geluid vanuit het noorden. Het is de debuut-cd van deze Schola onder leiding van Halvor J. Østtveit, maar het is een debuut om U tegen te zeggen.
Kernstuk van dit kleine uurtje prachtig gregoriaans is de Thomassequentie 'Aquas plenas' gezongen naar een manuscript uit de 13e eeuw dat bij de restauratie van de Stavkirke van Lom in 1973 werd gevonden onder de vloer van de kerk. Deze zeldzame sequentie was gewijd aan Thomas Becket, bisschop en patroonheilige van Canterbury en is speciaal voor dit koor gerestaureerd, onder andere met de hulp van Louis Krekelberg en Ger Steeghs van de Nederlandse Schola Cantorum van het Ward-instituut.
Vrouwenschola's hebben vaak een wat zweverig, vermoeiend geluid, maar bij de Schola Canto Gregoriano Sola valt daar niets van te merken. De jonge, professioneel geschoolde stemmen blijven boeien van het begin tot het eind. Wel hebben ze een paar eigenaardigheden die soms ietwat vreemd aandoen, zoals het vrij lang aanhouden van de laatste noot van een zin. Storend wordt dat echter nooit en bovendien hebben ze zo'n mooi en egaal stemgeluid dat je dit gauw vergeet. Het moet een plezier zijn ze live te zien optreden. Misschien biedt Watou 2003 daartoe de mogelijkheid. De dirigent is immers al in 2000 naar Watou afgezakt om daar te sfeer te proeven.
Als je toch nog een slak zoekt om zout op te leggen, zou je kritiek kunnen uiten op de selectie van de gezangen die de genoemde Thomassequentie omringen. Er valt weinig thema in te bespeuren en ze bestaat grotendeels uit gregoriaanse evergreens (ik schreef bijna smartlappen) als Ave maris stella, Dies irae of Pange Lingua. Maar bij herhaalde beluistering blijken zelfs die gezangen een ongewone frisheid te krijgen. In elk geval een cd om te koesteren.
Willy Schuyesmans |