De klassieke en populaire muziek sinds de 17de eeuw is vrijwel uitsluitend in majeur of mineur geschreven. Het gregoriaans beschikt echter over veel meer toonaarden, meestal kerktonen genoemd. Voor een beginner lijkt dat erg ingewikkeld, maar als men eenmaal het systeem begrepen heeft, zit het vrij logisch en eenvoudig in elkaar.

De kerktoon van een gezang wordt in feite bepaald door de plaatsing van de halve tonen op de notenbalk. De laatste noot van een gezang, de zogenaamde finalis (rood op het schema) bepaalt de modus. Dat kan re, mi, fa of sol zijn. Daarnaast is er ook nog de tenor (blauw op het schema), de toon waarop gereciteerd wordt. De tenor wordt ook wel dominant genoemd. Tussen beide tonen ontwikkelt zich de melodie. Misschien lijkt dat allemaal wat technisch, maar precies de ligging van de halve tonen tussen finalis en tenor bepalen het karakter van een gezang. Als je een tijd lang gregoriaans beluisterd hebt, leer je vanzelf dat karakter herkennen.
¶Het kerktonensysteem kent eigenlijk vier modi, die elk zijn onderverdeeld in een authentieke modus en een plagale modus. De vier modi zijn:
| Protus | met finalis op RE | (kerktoon I en II) |
| Deuterus | met finalis op MI | (kerktoon III en IV) |
| Tritus | met finalis op FA | (kerktoon V en VI) |
| Tetrardus | met finalis op SOL | (kerktoon VII en VIII) |
Met enig wringen, wist men het hele misrepertoire in deze acht kerktonen, verdeeld over vier modi, onder te brengen. Men keek gewoon naar de laatste noot. Was dit een RE en reciteerde men op LA, dan hoorde het gezang thuis in de eerste kerktoon. Eindigde het op een MI en reciteerde men op LA, dan ging het om een vierde kerktoon.
Met de officiegezangen lukte dat minder goed. Zo vond men gezangen die eindigden op een MI, maar als tenor een DO hadden. Zulke gezangen pasten niet in het systeem. Dus was men verplicht het systeem uit te breiden. In het Antiphonale Monasticum vindt men de volgende tonen:
| Naam | kerktoon | finalis | tenor |
| protus authenticus | I | re | la |
| protus plagalis | II | re | fa |
| deuterus authenticus | III | mi | si |
| tonus recentior | III | mi | do |
| deuterus plagalis | IV | mi | la |
| tonus alteratus | IV | la | re |
| tritus authenticus | V | fa | do |
| tritus plagalis | VI | fa | la |
| tetrardus authenticus | VII | sol | re |
| tetrardus plagalis | VIII | sol | do |
| tonus peregrinus | -- | sol | la + sol |
| tonus irregularis | -- | la | la |
| tonus in directum | -- | do | do |