Gregoriaans

Artikels over gregoriaans

[Home] [Het geluid van de stilte] [De wortels] [De muziek] [Gregoriaans nu] [Liturgische kalender] [Bibliografie] [Discografie] [Agenda] [Gregoriaans op het net] [Zoeken] [Gastenboek]




 

Geschiedenis van het gregoriaans 4:
Hetzelfde... en toch anders!

Tussen de vierde en de achtste eeuw groeide het repertoire aan gregoriaanse gezangen. Beroepszangers improviseerden erop los en hun composities kregen vaste vorm. Maar zoals talen in dialecten uiteenvallen van zo gauw het contact tussen gemeenschappen verslapt, zo viel het oorspronkelijke gregoriaans ook uit elkaar in afzonderlijke repertoires die elk hun eigenaardigheden hadden. Historici onderscheiden niet alleen de Milanese (Ambrosiaanse), de Romeinse en de Beneventijnse repertoires in Noord-, Midden- en Zuid-Italië, maar ook Gallicaanse (Frankische), Spaanse (Mozarabische), Keltische en Noord-Afrikaanse repertoires. In tegenstelling tot het hedendaags bekende gregoriaans zijn er van de meeste van deze repertoires maar een relatief beperkt aantal gezangen bewaard gebleven. Alleen het Ambrosiaanse en het Mozarabische repertoire bieden ons nog een vrij volledig geheel van gezangen. Het Gallicaans daarentegen smolt samen met het Romeinse repertoire en ontwikkelde zich in de achtste eeuw tot het huidige gregoriaans.
Zo bekeken is het gregoriaans een nakomertje. In feite ontstond het op bevel van de Karolingische heersers die militaire ondersteuning boden aan de paus in Rome om het Romeinse culturele erfgoed te beschermen. Dat zette de Karolingers ertoe aan een gecentraliseerde politiek te voeren over de gebieden waarover zij heersten. Dat zorgde meteen voor de verspreiding van het gregoriaans over heel Europa. Het verklaart ook de unieke positie die het gregoriaans inneemt als eerste West-Europese muziek waarvan alle andere muziekvormen in Europa afstammen.
Eenzelfde zangpraktijk over een zo groot gebied invoeren en in stand houden, bleek echter onmogelijk als de zangers alles van buiten moesten blijven leren. De muziek moest opgeschreven worden. De eerste pogingen tot het ontwikkelen van een muzieknotatie dateren van halfweg de negende eeuw. Sindsdien heeft Europa een ononderbroken traditie van muzieknotatie gehad. Eerst waren dat neumen die vooral het ritme vastlegden, later kwam ook de toonhoogte erbij. Dankzij die vroege notatie kunnen wij nu op een wetenschappelijk verantwoorde manier de oude melodieën - waar in de loop van meer dan tien eeuwen behoorlijk wat roest was komen op te zitten - weer reconstrueren en interpreteren. En ze ook weer zo authentiek mogelijk uitvoeren.

Willy Schuyesmans


[Terug]
[Home] [Het geluid van de stilte] [De wortels] [De muziek] [Gregoriaans nu] [Liturgische kalender] [Bibliografie] [Discografie] [Agenda] [Gregoriaans op het net] [Zoeken] [Gastenboek]

Mail to webmaster