| |
Kees Pouderoijen spreekt voor de Duitstalige AISCGre - Mariastein bij Basel, 20-22 september 2002
Duitsers hebben de reputatie grondig te zijn, gründlich, en dus ernstig, vormelijk en afstandelijk. Een lachje kan er niet altijd af. Het nadeel aan clichés is bovendien dat ze altijd wel een beetje waar zijn. Moest ik me verwachten aan een groepje saaie pieten?
Gelukkig bleken op het treffen van de Duitstalige AISCGre in Mariastein alvast een handjevol Lage-Landers aanwezig. Eéntje mocht er zelfs het hoge woord voeren, omdat hij zijn vakgebied door en door beheerst en daarover ook in het Duits enthousiast kan vertellen.
Spreker Kees Pouderoijen had zijn thema aangekondigd als niets minder dan Ontwikkeling van en onderlinge banden tussen mis- en officierepertoire. Zijn onderzoek begint met de vaststelling dat er gezangen zijn die zowel in de mis als in het officie voorkomen. Opmerkelijk, want de Karolingers - die een sleutelrol speelden in het uniformiseren van de liturgie en het gregoriaans - hielden van duidelijkheid en ordening: elk gezang diende zijn precieze plaats en vorm te hebben. Een gezang hoorde dus óf in het mis-, óf in het officierepertoire thuis.
De verklaring voor het dubbel gebruik ligt besloten in de historische groei van mis en officie, die Kees Pouderoijen poogde te reconstrueren. Omdat het niet de bedoeling is dat dit artikeltje een cursus op zichzelf wordt, vat ik hier enkel samen wat Pouderoijen vertelde over de ontwikkeling van het officie.
In de totstandkoming van het officie is properization (James McKinnon) het sleutelwoord: de toewijzing van bestaande gezangen aan specifieke feestdagen in het officie. Dit naar analogie met het misproprium, die gezangen die voor één enkel feest zijn bestemd. De gezangen die geordend werden bestonden dus grotendeels al. De Karolingers probeerden dit erfgoed tot een nieuw, precieser geordend geheel om te vormen. Deze evolutie blijkt ook uit de bronnen. Oudere handschriften bevatten lijsten van antifonen waaruit min of meer vrij kon gekozen worden. Gaandeweg wordt steeds minder ruimte gelaten voor vrije keuze, en legt men precies vast welke antifoon op welk moment moet worden gezongen. Pouderoijens hypothese is dat die overgang van een corpus van vrij inzetbare naar vast toegewezen gezangen zich in een kleine 70 jaar heeft voltrokken, zo ongeveer tussen 750 en 820.
Hoe zit het dan precies met die dubbel voorkomende gezangen? Voor de properization hield men de volgorde van het kerkelijk jaar aan: men begon bij de Advent en werkte zo naar het einde toe. Alleen jammer dat de negende-eeuwers deze toewijzingsprocedure nooit volledig rond hebben gekregen. Daarom is het vooral in de Paastijd dat veel gezangen dubbel gebruikt worden: ze komen zowel in de mis als in het officie voor. Ook na de Karolingen is het proces nooit volledig voltooid, bij gebrek aan repertoire, aldus Pouderoijen. Wel is men in latere tijden hetzelfde principe blijven toepassen: waar in mis en officie hetzelfde gezang voorkomt, wordt voor de mis vaak een iets meer versierde versie gezongen dan voor het officie. Maar de basisstructuur blijft het duidelijk dezelfde.
Naarmate de drie dagen vorderden, toonde frater Kees dat Gregoriaans voor hem lang niet beperkt is tot historisch detectivewerk. Tussen de uiteenzettingen door leidde hij de repetities en aan het eind van de bijeenkomst dirigeerde hij de cursisten in de gregoriaanse mis (25ste zondag). Hij dirigeert muzikaal, met evenveel nuance en gedegenheid als wanneer hij zijn onderzoek en analyses voorstelt, en dat kun je noch van alle dirigenten, noch van alle geleerden zeggen. Dat het tenslotte met die Duitsers ook wel meevalt, werd bewezen door aantal cursisten die een eigen bijdrage leverden. Anton Stingl dirigeerde de Münsterschola Freiburg in een programma met gezangen uit de Codex Calixtinus, een boek samengesteld door en voor pelgrims naar Santiago di Compostela. Ten slotte presenteerde Bernhard Gröbler de stand van zijn onderzoek in een kortere bijdrage over De toon E/Es in de communio-antifonen van de 6de modus, nog een work in progress dus.
De volgende bijeenkomst is het internationale Kongres van de AISCGre: in Hildesheim van 9-14 juni 2003. Inlichtingen bij Heinrich Rumphorst (Berlijn).
Pieter Mannaerts
|