Jan Valkestijn - Gregoriaans als bron van de Europese muziek - augustus 2001
In oktober 2000 verscheen het nieuwe boek van Jan Valkestijn waarin hij op zoek gaat naar de invloed die het gregoriaans op de Europese muziek heeft gehad. Binnen de drie maanden was het boek uitverkocht en inmiddels herdrukt. Dat bewijst maar weer eens hoe groot de nieuwsgierigheid is bij muziekliefhebbers naar dat rare, ouderwetse gregoriaans, waarzonder blijkbaar de hele Europese muziekgeschiedenis er ongetwijfeld heel anders zou uitgezien hebben. In een artikel over gregoriaans bedoeld voor jongeren schreef ik enkele jaren geleden dat zelfs de Spice girls of Madonna heel andere muziek zouden gemaakt hebben, mocht het gregoriaans niet hebben bestaan. Of Jan Valkestijn dat ook kan onderschrijven, weet ik niet, want hij waagt zich in zijn boek nauwelijks aan de populaire muziek (op een enkele notitie na over zijn afkeer van het gebruik van gregoriaans in de popmuziek van Enigma). Maar voor wat de liturgische, kerkelijke en geestelijke muziek betreft - zowel vocaal als instrumentaal - toont hij de schatplichtigheid van deze genres aan het gregoriaans overtuigend aan. Na een inleiding waarin hij zeer kort het gregoriaans beschrijft en vastlegt wat hij onder Europese muziek verstaat, vertrekt hij vanuit de eenstemmigheid van de negende eeuw met tropen, sequentiae en liturgische drama's om vervolgens aan te tonen hoe de prille meerstemmigheid die hieruit onstaat, stevig geënt is op de aloude stam van het gregoriaans. Via de motetten van de Ars Antiqua en de Ars Nova belanden we bij de Renaissance waar Valkestijn ook aandacht heeft voor de muziek van de Reformatie. Daarna komt de invloed van het gregoriaans op Barok, Klassiek en Romantiek aan bod om te eindigen bij de Moderne en de Hedendaagse muziek. Een appendix is gewijd aan het gregoriaans in de Nederlandstalige kerkmuziek (ook de Oud-Katholieke) met onder andere de niet altijd zo geslaagde pogingen om het gregoriaans in de volkszang te recyclen. De grote verdienste van Jan Valkestijn is het illustreren van zijn betoog met honderden uitgebreide muziekvoorbeelden. Veel beter dan bladzijden vol woorden tonen die de verwantschap en de regelrechte afstamming aan van muziek waar je op het eerste gezicht de gregoriaanse oorsprong niet in zou vermoeden. Valkestijn maakt het de lezer hierbij niet altijd gemakkelijk en geeft hem als het ware niet meteen de oplossing. De muziekvoorbeelden zijn eerder muziekopdrachten. De lezer moet zelf aan het werk gaan, zijn huistaak maken en de muziekvoorbeelden zingen of naspelen, waarna in veel gevallen de verwantschap zonneklaar wordt. Deze moeilijke methode heeft het voordeel dat wat je zelf al zingend ontdekt hebt, beter beklijft. Gelukkig reikt de auteur de lezer hier een helpende hand in de begeleidende teksten, die lang niet zo beknopt zijn als bijvoorbeeld in zijn cursusboek Vormen en stijlen in het gregoriaans, waar de minder ervaren zanger of muzikant soms op zijn honger bleef zitten. De grootste verdienste van dit boek is dat het aantoont dat de hele Europese muziekcultuur zijn diepste wortels heeft in het gregoriaans, wat op zich al een voldoende argument moet zijn om het gregoriaans in ere te houden en het verder te bestuderen. Het is ook boeiend om te zien hoe componisten van het hele vorige millennium voor hun composities op talloze manieren teruggrepen op bronnen en technieken uit vroegere perioden van de muziekgeschiedenis. Niets wijst erop - integendeel zelfs - dat dit in het nieuwe millennium anders zal zijn. Willy SchuyesmansJan Valkestijn - Gregoriaans als bron van de Europese muziek |