Zevende Internationaal Festival van het Gregoriaans - Watou 31 mei - 4 juni 2000Tijdens het voorbije Hemelvaartweekend vond in het West-Vlaamse grensdorp Watou het Zevende Internationaal Festival van het Gregoriaans plaats. In vier audities, twee concerten en een indrukwekkend aantal liturgische vieringen zongen 24 groepen uit 13 Europese en Aziatische landen gregoriaans van een zeer hoog niveau. Er waren meer dan tienduizend bezoekers. Hoog en laagWatou is telkens weer het feest van het gregoriaans. Het festival liep over vijf dagen! Koren van Ierland tot Estland, van Noorwegen tot Italië en van Frankrijk tot Korea lieten zien dat het hernieuwde gregoriaans stilaan tot volle wasdom begint te komen. Vrijwel alle koren baseerden hun uitvoeringswijze op de inzichten van Cardine en zijn latere geestesgenoten.Dit zevende festival zal de geschiedenis ingaan als het festival van de processieantifonen. Tientallen prachtige stukken uit dit vrijwel nooit meer uitgevoerde repertoire waren hier te horen. Dat hadden we vooral te danken aan het studiewerk van frater Kees Pouderoijen OSB, die festivalorganisator Bernard Deheegher al jaren bijstaat voor de inhoudelijke opbouw van de audities. Frater Kees gaf tijdens dit festival trouwens ook een opgemerkt kooratelier rond het thema Van antifoon tot sequentie: ontwikkeling van genres en vormen in het Gregoriaans. Het Nederlandse koor Hartkeriana verzorgde daarbij de muziekvoorbeelden. Toch was het uitgerekend dat koor dat op het festival een wat mindere indruk naliet. Dat was mogelijk te wijten aan het vele hooi dat dit koor op de vork nam. In hun beide gedaanten (Hartkeriana en de met amateurs uitgebreide Schola Cantorum Amsterdam) verzorgden ze, steeds o.l.v. Eugeen Lieven d'Abelardo, niet alleen een volledige uitvoering van de metten op woensdagavond, maar ook nog twee audities en de genoemde muziekvoorbeelden bij het kooratelier. Hoewel zij hun hun kunnen eerder al bewezen, werkten ze hier meer dan eens slordig af, intoneerden ze fout of was de koorklank verre van homogeen. Jammer. Om dan maar meteen de tweede misser te vermelden: de Ordo Virtutum van Hildegard von Bingen, een oervervelende vertoning van A Cappella Köln. Gelukkig was het tweede deel van deze lange concertavond in Poperinge een schot in de roos: de Schola Sanctae Sunnivae uit Trondheim, Noorwegen verraste o.l.v. Anne Kleivset door de mooie, geschoolde stemmen, de professionele aanpak en vooral door het inspirerende gregoriaans dat ze brachten. Een avond eerder had Trondheim ook al de pré-ouverture afgesloten in Wervik, waar uitsluitend vrouwenschola's optraden met een programma, helemaal gewijd aan de Stad Jeruzalem. De krentenHet eigenlijke festival bestond uit vier audities waarin telkens vijf of zes koren gezangen brachten rond het thema Jezus Christus: gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. De meer dan twintig koren allemaal bespreken is onmogelijk, maar ik haal graag de krenten uit de pap. Een zeer positieve indruk maakte de jonge schola Exaudi Domine uit Mortsel (België) o.l.v. Stefan Meesen, al misten ze nog wat concertervaring. De Schola Cantorum Maastricht o.l.v. Hans Leenders heeft die duidelijk wel. Prachtige rustige stemmen, een ingetogen geluid. Elke neum wordt even keurig uitgevoerd met een onwaarschijnlijke vanzelfsprekendheid.De Cantate Girl's and Boy's Schola uit Boedapest o.l.v. Ferenc Sapszon jr. zong met prachtige stemmen, gedragen en fris, acht responsoria uit de advent. Dit koor zingt zeer geconcentreerd en ook hun tekstbehandeling en uitspraak is tot in de puntjes afgewerkt. Laudate Dominum uit Kortrijk o.l.v. Werner Beheydt toonde met hun mooie, geïnspireerde geluid aan dat gregoriaans zingen tegelijk bidden kan zijn. De o's en a's waren niet van de lucht toen de Pueri Cantores uit Korea o.l.v. zuster Catharina Jungsun Kim aantraden. Dertig schattige kindjes in kleurige Koreaanse gewaden zongen - zonder partituur! - helaas een oubollig gregoriaans volgens de gedateerde Méthode de Solesmes. Zelfs de ictus zijn ze niet vergeten. Mocht dit echter een festival met prijzen zijn, kregen zij zonder enige twijfel de prijs van het publiek. Een vaste waarde is Joseph Kohlhäufl met zijn befaamde Choralschola ehemaliger Regensburger Domspatzen. Ze brachten een zeer expressieve uitvoering, die bij wijlen zelfs dramatisch werd, bijvoorbeeld bij het haast uitgeschreeuwde Timete Dominum in het responsorium Audivi voces. Een echte verrassing was het Italiaanse koor La Bottega Musicale o.l.v. Giovanni Gucci. Ze blijven vooral bij door hun toch wel heel bijzondere timbre. Hun gezangen glijden rustig en zelfverzekerd voort en zijn versierd met mooie repercussies. Een absoluut hoogtepunt was de auditie van de Schola Gregoriana Pragensis o.l.v. David Eben. Deze zangers zijn academisch geschoold en dat hoor je natuurlijk. Zij brachten zeer virtuoos het weinig gekende Gallicaanse repertoire van processieantifonen. De zondagse auditie bestond volledig uit koren die hun mosterd bij het Choeur grégorien de Paris gehaald hebben. Hun dirigenten zijn daar opgeleid. Met succes, zo bleek. Eerst hoorden we de Schola Benedicta uit Praag o.l.v. Jiri Hodina. Zij zongen gezangen uit de dodenliturgie in een krachtige uitvoering. Het Choeur Grégorien de femmes de Seoul o.l.v. Chang-Rhyong Lee blijft dicht bij de tekst en weet keurig spanning op te bouwen over hele zinnen en zelfs een hele antifoon heen. Ook Vox Clamantis uit Estland o.l.v. Jean-Eik Tulve heeft zijn wortels bij het Parijse koor en zingt op een rustige, vertellende manier. En dan waren daar weer de Hongaren o.l.v. Ferenc Sapszon jr waarvan wij nog de Jubilate Girl's Schola te goed hadden. Dit jonge vrouwenkoor zingt heel vlot en natuurlijk met mooie stuwing en lang volgehouden spanning. De allerlaatste auditie kwam toe aan het Choeur grégorien de Paris, Voix de femmes, een professioneel gezelschap met gevormde stemmen o.l.v. Olga Roudakova. Elke neum voerden ze feilloos uit vanuit een natuurlijk aanvoelen. Maar ze gingen nog een stap verder en bouwden een spanning op over het hele stuk en over elke zin in het bijzonder. Natuurlijke plaatsToch ook nog even de vele liturgische vieringen vermelden die je vrijwel nergens nog kunt beleven zoals in Watou: twee pontificale hoogmissen en een rist officies van metten, via lauden tot vespers. Is het niet boeiend en hoopgevend dat Watou enerzijds niet bang is van een gregoriaans concert, maar tegelijk ook deze zang zijn natuurlijke plaats in de liturgie geeft.Willy Schuyesmans |